Nieuwjaarstoespraak: wat er niet gezegd wordt

Amsterdam is een stad van migranten. Zowel van binnen- als het buitenland. Mensen die hier komen voor de studie, de liefde of voor een baan. Amsterdam is een stad die vrijheid of mogelijkheden biedt die elders op de wereld of in Nederland misschien minder snel gevonden worden.

Sommigen mensen blijven maar een paar jaar in Amsterdam. Anderen weer hun hele leven.

Daar is niet mis mee.

Het leeuwendeel van ons huidige gemeentebestuur is niet opgegroeid in Amsterdam. Ons college is daar een voorbeeld van. Alleen Van Dantzig (D66 in Oud-Zuid) en Mbarki (PvdA in Nieuw-West) zijn hier opgegroeid. Burgemeester Halsema is bijvoorbeeld opgegroeid in Enschede en na haar studie in Utrecht gaan werken in Amsterdam.

En met haar vele andere Amsterdammers.

Kinderen die opgroeien in Amsterdam

Op 1 januari was de traditionele nieuwjaarsreceptie van de gemeente Amsterdam. De aanwezigen werden getrakteerd op een muzikaal programma (inclusief een swingend gospel-koor en een ongemakkelijke polonaise)  en de nieuwjaarstoespraak van de burgemeester die hier is terug te lezen.

In haar toespraak staat burgemeester Halsema nadrukkelijk stil bij de kinderen die wel in Amsterdam opgroeien. De kernpassage (dikgedrukt in de uitgeschreven toespraak) is de volgende:

Als het erop aan komt is er voor het handelen van het Amsterdamse bestuur eigenlijk maar één kompas:

 De vraag is namelijk hoe wij onze samenleving willen doorgeven aan de generaties die nu opgroeien. In wat voor stad willen we dat zij volwassen worden.

Het antwoord op bovenstaande vraag is volgens Halsema “een vrije stad waar opgroeien betekent vrijer worden, meer mogelijkheden krijgen. Een stad waar opgroeien betekent dat je wereld groter wordt. Ook letterlijk. Er zijn nu nog te veel jongens en meisjes die opgroeien in bijvoorbeeld Geuzenveld, Holendrecht of De Banne, maar nauwelijks buiten de grenzen van hun wijk komen.”

In haar antwoord zit een ongemakkelijke waarheid verscholen. Waar mensen van buiten komen om de vrijheid in Amsterdam te vinden die zij zoeken, is diezelfde vrijheid voor mensen die in Amsterdam opgroeien blijkbaar niet vanzelfsprekend. 

Ik ben zelf opgegroeid in Amsterdam Zuidoost. Was mijn wereld ook zo klein? Over welke kinderen heeft de burgemeester het?

Kees de Jongen zou nu in Almere wonen

In haar toespraak trekt Halsema een vergelijking met Kees de Jongen (Kees Bakels genoemd). De iconische creatie van Theo Thijssen die in de laat 19-eeuwse Jordaan moest opgroeien. Zijn vele dromen zag hij verwelken doordat hij niet de kans kreeg om zijn school af te maken. Ingehaald door de harde realiteit van die tijd.

Halsema noemt in haar toespraak ‘wie de avonturen van jonge hoofdpersonen nu volgt ziet dat we vooruitgang boeken.’ Dat klopt. Het afmaken van een opleiding is 140 jaar later normaal geworden. Zij ontwijkt daarbij de olifant in de spreekwoordelijke kamer: Kees Bakels woont anno 2023 niet meer in Amsterdam, maar in Almere.

Waarom? Omdat er voor gezinnen in het Amsterdam van de jaren twintig van deze eeuw geen plek meer is. Nadat het tweede kind geboren is en de eerste nog niet naar school gaat, gaan de jonge ouders de stad uit. Een betaalbare gezinswoning waar een auto voor de deur kan staan en de voetbalclub over voldoende voetbalvelden beschikt vind je tegenwoordig in andere delen van het land.

Kees Bakels, zou als kind van middenstanders, niet meer in Amsterdam zijn opgegroeid.

Dat is ergens paradoxaal. Zoals jonge mensen van heinde en verre komen om in Amsterdam hun toekomst te vinden, zo verdwijnen de nog jongere mensen naar andere steden om dezelfde redenen. 

Wie groeit er nog wel op in Amsterdam?

Natuurlijk groeien niet alle kinderen die in de stad geboren worden op buiten Amsterdam. De kinderen van Halsema zelf zijn natuurlijk wel opgegroeid in Amsterdam, maar in haar toespraak heeft zij het niet over hen. Zij verwijst naar Murat Isik en zijn roman over opgroeien in Amsterdam Zuidoost en noemt voormalig gangsterrapper RBDjan (bekend van de rapformatie Tuindorp HustlerClick (THC)) en zijn moeizame jeugd.

Daarmee lijkt zij nadrukkelijk te denken aan de kinderen die opgroeien in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. In Amsterdam groeien 23.000 kinderen op in minimahuishoudens. Het gaat dan volgens de armoedemonitor met name om Noord, Zuidoost en Nieuw-West (17 tot 25% van de kinderen). 

We hebben het dan over Geuzenveld, Holendrecht en De Banne. De wijken die Halsema nadrukkelijk noemt.

Opgroeien in Amsterdam betekent voor het college dus opgroeien in bittere armoede. En het klopt: het is deze armoede die de mogelijkheden beperkt en onvrijheid met zich meebrengt. 

Trots wijst het college op de masterplannen en het credo van ‘ongelijk investeren’. Zo zal er een nieuwe bibliotheek verplaatst gaan worden van de Zuidas naar ergens in Zuidoost. 

Wat er concreet van de Masterplannen terecht kom is nog ongewis. In de wandelgangen gonst het van geruchten dat er geld tekort is en dat de plannen nog niet van de grond komen. Maar naast investeren gaat het volgens Halsema ‘voornamelijk over welk voorbeeld we geven. Als volwassen Amsterdammers, maar vooral als bestuurders van onze prachtige stad.’

Dat is fijn. Want het goede voorbeeld geven is gratis.

Om welke voorzieningen gaat het?

Armoede is een veelkoppige monster met vele verschillende gezichten. De enige overeenkomst die zij hebben is dat geen enkel gezicht prettig is. 

Armoede wordt helaas niet opgelost met een nieuwe bibliotheek of theater. Wel door de economie: passend werk voor alle opleidingsniveaus en voldoende onderwijs om aansluiting te vinden bij de complexe samenleving. 

Als Amsterdam een plek wil zijn waar kinderen in een groter wordende vrijheid opgroeien moet Amsterdam een andere ongemakkelijke onwaarheid onder ogen zien: zij die dat kunnen trekken weg. En daar heeft het gemeentebestuur een rol in. 

Opgroeien doe je in een complete stad. Een omgeving waar het veilig is, er voldoende (sport)voorzieningen zijn en er aanbod is aan voldoende kleinschalig en divers onderwijs. 

Om de wijk uit te komen (zoals Halsema wil), hoeft de gemeente geen theater in de wijk zelf te bouwen maar moet deze de mogelijkheid bieden om het theater elders te bereiken.

Een brug naar Noord, voldoende busverbindingen naar Nieuw-West en aanpak van criminaliteit in Zuidoost.

Daarmee worden de wijken ook bereikbaar en aantrekkelijk voor andere Amsterdammers. Amsterdammers die graag met hun kinderen in de stad willen blijven wonen. Amsterdammers, zoals Femke Halsema, die oorspronkelijk van buiten Amsterdam komen en wellicht nooit in Nieuw-West of Zuidoost zijn geweest.

Zo simpel is het in Amsterdam natuurlijk nooit. Volgens de Omgevingsvisie 2050 gaan we naar een meerkernige stad toe. Die weg is nog lang. De beloofde brug naar Noord is uit het de begroting geschrapt. De busverbindingen naar Nieuw-West gaan via de vervoersregio (en helaas..) en preventief fouilleren in Zuidoost is voor de gemeenteraad een ‘no go’.

Tegelijkertijd heeft de Universiteit van Amsterdam onderzoek gedaan naar waarom bewoners uit die wijken niet stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen: De reden, volgens het onderzoek, is dat zij zich achtergesteld voelen. Ze hebben het gevoel dat politici niet uit hun buurt komen, hen niet begrijpen en niet naar hen luisteren. 

De ‘jongste gemeenteraad’ van Nederland vertegenwoordigt volgens Halsema in haar toespraak zowel jong als oud. Maar geldt dat ook voor de nieuwe en oude wijken?

Natuurlijk kent elk stadsdeel ook een eigen vertegenwoordiging. Waar ik zelf deel van uitmaak. Maar kunnen die het verschil maken?

De rol van de stadsdelen

Volgens de Stopera zouden de stadsdelen belangrijk zijn. In een ronduit vernietigende ingezonden brief wijst stadsdeelcommissielid Canan Uyar op het tegenovergestelde: de stadsdelen staan min of meer machteloos. Dat heeft zijn weerslag op de bewoners: “Als ik naar Noorderlingen kijk, zie ik participatiemoeheid. Er is veel frustratie, omdat bewoners wel mogen participeren, maar zich niet gehoord voelden. Het gevoel overheerst dat je mond opentrekken toch niets oplevert. En dus doen inwoners van Noord niet meer of weinig mee.”

Wat zegt Halsema? Zij doet in haar toespraak een ‘shout out’ naar een initiatief uit Noord waar volgens haar wel naar geluisterd wordt: “Alleen door vertrouwen te geven kan de overheid stap voor stap vertrouwen terugwinnen. In Amsterdam leren wij dat elke dag van onze bewoners, bijvoorbeeld van Red Amsterdam Noord, die nu zelf de plannen maken voor hun stadsdeel. Zij hebben hun plek aan de tafel opgeëist en veranderen onze bestuurscultuur.”

Amsterdammers die gehoord willen worden door het college moeten hun plek aan de tafel opeisen. Adviezen die het college krijgt (en waar zij om vraagt) uit de stadsdelen worden ongelezen terzijde geschoven.

Red Amsterdam Noord is het vehikel van Parool-columnist Massih Hutak. De “antigentrificatie” activist die met wat linksdraaiende Noordelingen veranderingen Noord probeert tegen te houden, zoals de aanleg van een nieuw fietspad door het Vliegenbos. Rode draad in zijn columns: nieuwe Amsterdammers (lees: yuppen / gentrificatie) zijn niet welkom in Noord.

Daarmee draagt Red Amsterdam Noord bij aan een giftige polarisatie die Amsterdam in zijn greep houdt: een tegenstelling tussen oud en nieuw. Het onuitgesproken idee dat al die mensen van buiten, zoals Halsema, Moorman, Groot-Wassink en Rijxman hier niet horen. Of althans: niet in de wijken waar kinderen daadwerkelijk opgroeien. 

Maar is dat zo? Was Hutak niet ooit ook een nieuwkomer die in zijn buurt een nieuw thuis vond? En zijn uitgerekend Amsterdam Zuidoost en Nieuw-West  geen plekken voor nieuwkomers? 

Spreekt Hutak namens alle Noordelingen? In een van zijn laatste columns gaat Hutak stevig tekeer tegen ‘de groep oude, witte ambtenaren’ die het lef hebben om hem (en zijn beweging) die vraag te stellen.

Want natuurlijk doet hij dat niet.

Dat de ambtenaren zich niet kunnen verdedigen is even bijzaak.

Het college springt ook niet in de bres. In plaats daarvan spreekt Halsema van een ‘verandering in onze bestuurscultuur’. 

In de nieuwjaarstoespraak van 2019 beloofde Halsema dat zij een spreekuur zou gaan houden in de stadsdelen. Zij zou Nieuw-West, Noord en Zuidoost maandelijks bezoeken.

Zoals wel met meer goede voornemens is deze toentertijd ook niet nagekomen.

Het is te hopen dat we in 2023 in de stadsdelen de Stopera wel vaker zullen zien.

Wat denk jij dat Nederland nodig heeft?

Wat mij betreft een heldere en realistische kijk op gemeentelijk beleid. 

In mijn nieuwsbrief vind je unieke inkijkjes in de Amsterdamse politiek en blijf je op de hoogte van relevante ontwikkelingen op het gebied van participatie en bestuurskunde. Lees je iets dat je interessant vindt? Laat mij het dan weten!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief via onderstaand formulier:


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

     

    Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *