Straatbanken zijn er voor ons allemaal, maar niet voor iedereen.

Straatbanken in de openbare ruimte bestaan al sinds het oude Rome. Door de millennia heen is er veel veranderd, maar pas de afgelopen decennia is de aandacht voor straatmeubilair echt veel groter geworden. In Nederland, waar gevochten wordt om elke vierkante meter openbare ruimte, dragen zitbanken bij aan zowel de toegankelijkheid van de openbare ruimte als de uitstraling ervan. Bij het ontwerpen van straatbanken zijn verschillende partijen en disciplines betrokken. Daarnaast doen juristen, planologen, stedenbouwkundigen, antropologen onderzoek naar het fenomeen. Allemaal uit hun eigen invalshoek.

De veelvoud aan disciplines verraadt ook de veelvoud aan visies. Die vaak botsen. Een straatbank neemt een deel van de openbare ruimte in beslag maar moet gelijktijdig ook veel verschillende mensen blij maken. Dat lukt in de praktijk zelden. Daarom een korte introductie in de wondere wereld van de zitbanken aan de hand van de wonderlijke paradox dat banken voor ons allemaal zijn, maar niet elke bank ervoor iedereen is.

Van wie is de openbare ruimte?

In het dichtbevolkte Nederland wordt er om elke vierkante meter openbare ruimte gevochten. Niet alleen belangen botsen, maar ook de visies op de openbare ruimte zelf. 

Dit artikel over straatbanken is de eerste in een serie. In deze zomerserie wordt aan de hand van enkele alledaagse objecten zoals zitbanken, transformatorhuisjes en speeltoestellen in de openbare ruimte deze strijd inzichtelijk gemaakt. Het perspectief van ruimtelijke professionals en de afwegingen die zij maken wordt gespiegeld aan de wensen van bewoners en de ideeën van politici.

De hoop is dat er meer aandacht komt voor deze alledaagse objecten en de soms lastige afwegingen die hierachter plaatsing ervan zitten. Meer wederzijds begrip draagt mijns inziens bij aan een hogere kwaliteit van onze leefomgeving.

Verantwoording: voor deze serie zijn tientallen onderzoeken geraadpleegd evenals veel scripties van studenten die in diverse gemeenten case-studies hebben gedaan. Er is dankbaar gebruik gemaakt van de kennis uit databases zoals straatbeeld, omgevingsweb en publicspaceinfo. Daarnaast zijn er tientallen beleidsdocumenten van verschillende gemeente verzameld, waarbij opvalt dat gemeenten op dit gebied vaak voor dezelfde uitdagingen staan en veel van elkaar zouden kunnen leren.

 

1. Banken zijn van ons allemaal, maar meestal van de gemeente

Het plaatsen van straatmeubilair waar zitbanken ook onder vallen is geen ‘exclusieve overheidsbevoegdheid’. Dat betekent dat in beginsel ook particulieren en (horeca)ondernemers in de openbare ruimte zitbanken kunnen neerzetten. Straatmeubilair plaatsen is vergunningsvrij volgens het Bor, wat concreet betekent dat er geen omgevingsvergunning voor aangevraagd hoeft te worden. In de praktijk werkt dat iets anders. De gemeente is beheerder van de openbare ruimte en vaak eigenaar van de grond en kan regels stellen met betrekking tot de inrichting van deze ruimte.

Vrijwel alle gemeenten beperken de mogelijkheden (bijvoorbeeld via de APV) om zonder vergunningen objecten of meubilair te plaatsen op straat. Daarnaast moet straatmeubilair voldoen aan allerlei eisen met betrekking tot de veiligheid, doorloop en duurzaamheid. Om voldoende robuust te zijn worden zitbanken doorgaans gemonteerd aan de straat. Om de doorstroom in een straat te beschermen verbieden gemeenten soms ook het plaatsen van ‘gevelbanken’ door particulieren als er daardoor onvoldoende ruimte overblijft.

De definitie van wat precies onder straatmeubilair valt is iets waar de rechter zich nog regelmatig over moet uitspreken. Met name horecaondernemers en gemeenten die de horeca graag van dienst zijn rekken de definitie nog wel eens op. De rechter heeft in ieder geval geoordeeld dat terrasmeubilair er niet onder valt.

De eigenaar van de zitbank (bijna altijd de gemeente dus) is verantwoordelijk voor het onderhoud en aansprakelijk als het misgaat. Als een gebruiker door een slecht onderhouden bankje zakt kan dat vervelende verwondingen opleveren en flinke schadepost.

Zitbanken zijn niet alleen functioneel maar dragen ook bij aan de uitstraling van een omgeving. De gemeente Amsterdam heeft bijvoorbeeld in de Puccini-methode vastgelegd dat alle straatbanken in Amsterdam dezelfde vormgeving moeten hebben, dit nadat er in Amsterdam jarenlang banken stonden van verschillende leveranciers met een verschillend karakter. Andere gemeenten hebben in hun visies gelijksoortige opvattingen verwerkt.

Het idee dat zitbanken qua uitstraling positief bijdragen aan de openbare ruimte lijkt een open deur maar is relatief nieuw. Het design van een bank kan op gespannen voet staan met het gebruiksgemak en het onderhoud. Dat wat er mooi uitziet kan in de praktijk een karwei zijn om mooi te houden. Gemeenten moeten de afweging maken in hun bedrijfsvoering waar zij het meeste belang aanhechten. Een gemeente die op de centen let, kan de uitstraling minder belangrijk achten. Uiteindelijk is dat een politieke afweging.

Veel gemeenten kiezen ervoor om in hun toeristisch centrum ‘luxe design’ banken te plaatsen en in ‘de rest van de stad’ sobere banken om de (onderhouds)kosten te drukken. Een bezoeker kan dan  aan de bankjes in de straat zien in welke gebieden de gemeente meer geld investeert.

2. Bankjes zijn van ons allemaal, maar door wie worden ze betaald?

Veel bewoners dienen bij hun gemeente een verzoek in om een bankje geplaatst te krijgen. De kosten van een bank lijken mee te vallen (600 tot 6000 euro) maar de werkelijke kosten zitten verscholen in het onderhoud en de vervanging. Bankjes trekken als een magneet vandalen (en met name graffiti) aan en zijn onderhoudsgevoelig. Als een bank stuk is moet deze vervangen of opgeknapt worden en dat loopt al snel in de papieren.

De vraag is of een zitbank ook losgezien kan worden van een afvalbak in de nabijheid. Die moeten eveneens geplaatst, geleegd en onderhouden worden wat de kosten verder doen stijgen.

Het gesponsorde bankje is in opkomst. In de zin van dat in veel Nederlandse gemeenten het tegenwoordig mogelijk is om een bankje ‘te adopteren’. Hiermee verdient de gemeente een deel van de aanschaf en onderhoudskosten terug. Voor veel mensen is het adopteren van een bankje een manier om reclame te maken (via een plaquette) voor hun vereniging, bedrijf of stichting of als herinnering aan een dierbare. De kosten bedragen voor alleen een bankje vaak tussen de 400 en 1000 euro. Vaak gaat het om een afgebakende periode van vijf of tien jaar.

Niet elke gemeente staat het toe, omdat er wel wat haken en ogen aanzitten. Reclame-uitingen in het openbaar zijn niet overal gewenst, gebruikers kunnen het gevoel hebben op het ‘privébankje van iemand anders’ te zitten en soms is sponsoring van een bankje voor een gemeente alleen interessant als het gecombineerd wordt met zelfbeheer of groenonderhoud anders levert het onvoldoende op. Daarnaast kan het ook leiden tot ‘overbetrokkenheid’. Mensen die willen dat ‘hun’ bankje er altijd spic-en-span uitblijft zien.

Dit is het beroemdste bankje van Amsterdam en mogelijk van Nederland. Het figureert in een bekende scene in de film ’the fault in our stars’ en is daarmee een begrip geworden voor veel toeristen. 

Het bankje dat in de film zelf zit bestaat niet meer. Het bankje moest afgelopen jaren enkele keren vervangen worden. Niet in de laatste plaats omdat bezoekers de neiging hebben om in de bank een liefdesverklaring te krassen. Romantisch gebaar, dat een boel extra werk oplevert. Ook nu zit het bankje weer vol met krassen en tekeningen. 

De populariteit van het bankje bij bezoekers gaat ten koste van de omwonenden. Regelmatig staan er groepen toeristen met een gids bij het bankje te koekeloeren. Zelf ben ik één keer in conflict gekomen met een gids toen ik tijdens de lunch een broodje zat te eten. De gids vond dat ik in de weg zat. In zijn ogen was het bankje geen gebruiksobject, maar een bezienswaardigheid.

 

3. Bankjes zijn van ons allemaal, maar niet voor alle gebruikers.

Bankjes worden door veel mensen gezien als allemansvrienden. Het gegeven dat een straatbankje als openbare voorziening voor iedereen toegankelijk moet zijn, wekt de verwachting dat elk bankje ook voor iedereen bedoeld is. In de praktijk ligt dat een stuk genuanceerder en dat leidt vaak tot onbegrip.

Is een bank bedoeld voor iedereen? Volgens deze animatie wel.

Veel straatbanken worden ontworpen en neergezet met een doel en een doelgroep in gedachten. Het toegankelijk maken van de openbare ruimte voor mensen die slecht ter been zijn is bijvoorbeeld een belangrijke reden om zitbanken te plaatsen. Het is niet de bedoeling dat deze zitbanken langdurig in beslag genomen wordt door andere gebruikers. Bijvoorbeeld mensen die daar hangen of drugs gebruiken. 

Sommige gemeenten gaan zo ver dat aan het plaatsen van een bankje een uitgebreid bewonersonderzoek of placementtraject vooraf gaat. Hier moet de gemeente dan wel zin in en tijd voor hebben. Er wordt dan gekeken welke banken geschikt zijn voor de beoogde doelgroepen en welke specifieke wensen zij hebben.

Tegelijkertijd is er een felle discussie gaande over wat door sommigen ‘hostile architecture’ genoemd wordt. Bankjes met ‘bolle zitvlakken’ om ‘slapende dakloze mensen en ander ongewenst rondhangend volk’ te weren. Volgens critici van deze banken strookt dat niet met de opvatting dat de openbare ruimte van en voor iedereen is. Die gedachte is begrijpelijk maar daar kan een kanttekening bij geplaatst worden. Veel gemeenten hebben in de APV regels opgenomen die overlast en slapen op straat verbiedt. Bij het ontwerp van het straatmeubilair wordt daarmee rekening gehouden, ook als deze vormgeving ‘onvriendelijk’ overkomt. Bij een bank moet niet alleen gedacht worden aan de gebruikers maar ook aan de omgeving van de bank. Banken kunnen een grote bron van overlast worden als verslaafden en hangjongeren er hun hangplek van hebben gemaakt.

Omdat bankjes overlast aan kunnen trekken worden ze ook regelmatig door gemeenten verwijderd. Bij een gemeente komen er daardoor niet alleen veel verzoeken binnen om banken bij te plaatsen, maar juist ook om ze weer weg te halen. Banken die niet gebruikt worden moeten volgens het uitgangspunt van een rustige openbare ruimte ook weer verwijderd worden.

De leuningen van dit bankje hebben een dubbele functie. Het maakt het bankje zowel geschikt als rustpunt voor ouderen, creëert afstand tussen de gebruikers als dat het ander gebruik ontmoedigt.

Omwonenden – dit bankje staat in Amsterdam Centrum – vinden het vaak prettig dat het bankje niet gebruikt kan worden door toeristen en verslaafden. Tegelijkertijd straalt het bankje geen gastvrijheid uit. Niet iedereen is welkom.

4. Conclusie

Zitbanken op straat lijken alledaagse objecten te zijn, maar degene die goed kijkt ziet dat er achter elke bank een gedachte schuilt. Zelfs wanneer er door de gemeente niet nagedacht is over de plaatsing, heeft het bankje een effect op het gebruik van de openbare ruimte. Een bank maakt van de openbare ruimte een ‘verblijfsplaats’ en dat zorgt ervoor dat bankjes niet overal even welkom zijn.

Een bank die oncomfortabel zit is soms ‘by design’ daar neergezet, maar kan ook het resultaat zijn van onzichtbare spanning tussen ontwerpers, beheerders en gebruikers die in het voordeel van één van de partijen is beslecht.

Straatbanken zijn van ons allemaal, maar niet voor ons allemaal. Dat maakt dat straatbankjes in de vraag van wie de openbare ruimte is een opmerkelijke rol spelen. De kosten die komen kijken bij de plaatsing en het onderhoud ervan brengt ook een politiek element met zich mee. Een gemeente moet een beslissing nemen waar wat voor bankjes komen, en dat kan verschillen binnen gebieden zichtbaar maken.

Wat denk jij dat Nederland nodig heeft?

Wat mij betreft een heldere en realistische kijk op gemeentelijk beleid. 

In mijn nieuwsbrief vind je unieke inkijkjes in de Amsterdamse politiek en blijf je op de hoogte van relevante ontwikkelingen op het gebied van participatie en bestuurskunde. Lees je iets dat je interessant vindt? Laat mij het dan weten!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief via onderstaand formulier:


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

     

    Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *