Het Amsterdams Akkoord: 10 aandachtspunten

Gisteren besprak de Amsterdamse gemeenteraad het coalitieakkoord “Amsterdam akkoord”. Het Parool constateerde dat het college het akkoord soepel door de raad kreeg mede omdat de coalitiepartijen nog  veel openlaten. In de podcast Damsko gaan Daan Wijnants en  Gerjan Heuvel in op de grote lijnen van het akkoord. De liefhebber van de Amsterdamse politiek ziet daar er nog veel meer verborgen is in de afspraken die tot nu toe op papier staan.

Welke zegeningen of rampen staan Amsterdam te wachten? De hoofdlijnen zijn bekend maar the devil is in the details. Daarom tien afspraken die aan de aandacht kunnen ontsnappen om met de meest opmerkelijke te beginnen:

1 De buurteconomie kan worden versterkt als er meer geld in de buurt blijft. Om lokale ondernemers en buurtcentra te versterken doen we een pilot met een digitale lokale munt om de omzet in winkels, buurtcentra en horeca te bevorderen

Een opmerkelijk standpunt uit het GroenLinks verkiezingsprogramma heeft het akkoord gehaald. Republiek Amsterdam gaat in de crypto om de lokale buurteconomie te versterken! Daarmee echoot de invloed van Forumland toch nog een beetje door in de Amsterdamse politiek. Het hoe en wat van dit initiatief moet nog duidelijk worden (het lijkt op de makkie) maar mogelijk kunnen we binnenkort bij de slager pinnen met een pas van Rutger Groot Wassink. Geen groot aandachtspunt, wel verreweg het mafste plan.

 

2 De congestie op het elektriciteitsnetwerk is een groot probleem. Samen met het Rijk, MRA en de provincie investeren we in oplossingen.

Een wat algemeen geformuleerd punt met een vrij concrete invulling. Het stroomnetwerk van Amsterdam is overbelast waardoor er geen nieuwe aanmeldingen meer bij kunnen. Grote investeringen zijn nodig.

Dat is een probleem voor bedrijven in Amsterdam (en bewoners..) maar ook voor de gemeentekas. Amsterdam is voor 9.16% aandeelhouder van netwerkbedrijf Alliander en heeft net als de andere aandeelhouders (Rijk, provincie en MRA gemeenten) een ‘individueel financieringsverzoek’ gekregen van de netbeheerder. Dat heeft al geleid tot een lening van 55 miljoen euro  maar zal de komende jaren nog veel hoger worden. Een flinke kostenpost waar al een voorschot opgenomen wordt. Gemeenteraad moet instemmen met toekomstige kapitaalverzoeken, tegelijkertijd kan Amsterdam als publiek aandeelhouder en belanghebbende die verzoeken praktisch niet weigeren.

De noodzaak om te investeren heeft ook gevolgen voor ons in de stadsdelen. Begin dit jaar bespraken we “het ontwikkelingskader energeinfrastructuur”  waarin helder beschreven stond hoe groot het probleem was en de prioriteit die de gemeente er aan moet geven. Wat betekent dit concreet? Het aantal transformatorhuisjes moet verdubbelen en veel straten zullen openliggen. (At5).  

3 De inzet van de gemeente voor meer wooncoöperaties wordt voortvarend doorgezet en we zorgen dat wooncoöperaties voor middenhuur en sociale woningen meer ruimte krijgen. Samenwerking met institutionele beleggers en woningcorporaties wordt onderzocht voor de ontwikkeling en financiering van coöperaties

De gemeente Amsterdam heeft het onzalige plan opgevat (en opgenomen in o.a de Omgevingsvisie) dat 10% (!!) van de woonvoorraad coöperatief moet worden. Iets waar ik geen fan van ben.

Een wooncoöperatie is een soort van commune waarin het beheer (maar vaak ook het bezit van het pand) door de bewoners (die lid zijn van de coöperatie / vereniging) gedeeld wordt. Juridisch een zeer ingewikkeld en politiek geladen concept. Geinig weetje: niemand minder dan FVD Kamerlid Gideon van Meijeren heeft de bepaling als wetgevingsjurist in de wet gesleuteld: 

Omdat geen mens coöperatieve woningen wil financieren had de gemeente Amsterdam een eigen fonds opgericht. Dat plan lijkt geschrapt te zijn en te worden vervangen door “te onderzoeken” of “institutionele beleggers en woningcorporaties” het willen gaan financieren. Die gaan dat niet doen, wat de toekomst van de coöperaties hoogst onzeker maakt terwijl in bestemmingsplannen etc er wel ruimte voor gemaakt gaat worden.

4 De woningnood onder studenten, jongeren en starters moet verlicht worden, daarom blijven we specifiek voor deze groepen bouwen. Ook gaan we het woningdeel-beleid evalueren om te bezien hoe we woningdelen met 3 personen eenvoudiger kunnen maken. Bijvoorbeeld door knellende voorwaarden te schrappen en te onderzoeken of er gedifferentieerd kan worden met quota. We bestrijden verkamering en vinden het belangrijk dat de balans op de woningmarkt gewaarborgd blijft door middel van quota. We gaan in gesprek met corporaties op welke wijze zij meer ruimte kunnen bieden voor friendscontracten in vrije sector woningen.

Twee visies (D66 en GroenLinks) op verkamering botsten en dat leidt tot dit bijzondere punt. Amsterdam gaat verkamering bestrijden maar is wel van plan om woningdelen te evalueren en makkelijker te maken. Dat lijkt mij prettig (wat mij betreft gaan de regels asap weer van tafel) maar uiteindelijk hebben we beleid nodig dat de overlast van verkamering bestrijdt (bijvoorbeeld door een leefbaarheidstoets en gerichte handhaving) zonder samenwonende  studenten en mensen die aan studenten verhuren te criminaliseren. Dat beleid lijkt nog ver weg te zijn.

5 We zetten de Agenda Autoluw door met het zwaartepunt in de historische binnenstad. We spreken af dat we ons inzetten om een gracht volledig parkeervrij te maken en te vergroenen.

Wederom een subtiele wijziging met grote gevolgen. Het (zeer kostbare) plan om Amsterdam Autoluw te maken wordt afgezwakt naar in eerste plaats het centrum (“de historische binnenstad”). Om de stad geleidelijk aan autoluw te maken zonder de stad hermetisch af te sluiten zijn forse investeringen nodig (o.a in ondergrondse parkeergarages) en juist die investeringen worden geschrapt. De vraag is wat er de komende jaren overblijft van de ambitieuze autoluw plannen.

 

6 We onderzoeken de mogelijkheden om publiek-private investeringsfondsen op te richten. We onderzoeken of we city-bonds kunnen invoeren waarmee mensen actief kunnen bijdragen aan het welzijn van de stad.

Weer een vage ‘we onderzoeken de mogelijkheden’ maar wel een die ook al genoemd werd in “Samen sterker uit de crisis” het tussentijdse deelakkoord van het vorige college. Werken met deze manier van financieren (inclusief citybonds/ social impact bonds) is complex. Dat dit publiek-privaat investeringsfonds nog niet is vormgegeven maar er eerst ‘nog meer onderzoek gedaan moet worden’ doet het ergste vrezen. Jammer, want ik was erg benieuwd hoe men dit handen en voeten zou gaan geven.

7 We gaan een impuls geven aan het onderhoud van de bestaande stad. Hiervoor maken we € 80 miljoen aan incidentele middelen vrij uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Daarnaast wordt vanaf 2026 structureel € 20 miljoen verschoven vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds naar het programma Stadsbehoud. Dat betekent structureel minder budgettaire ruimte voor nieuwe en bestaande stadsverbeteringsprojecten en beleidsprogramma’s in de openbare ruimte. Bij de actualisatie van het programma Stadsverbetering zal moeten worden nagegaan welke projecten worden uitgesteld of stopgezet en welke aanpassingen op de stadsverbeteringsprogramma’s nodig en mogelijk zijn. Het betekent verder dat nieuwe projecten moeten worden getemporiseerd en het accent verschoven wordt naar projecten met een onderhoudscomponent. Dit vraagt scherpe keuzes die we samen met de stadsdelen moeten maken.

Veel omvattende maar belangrijke passage: er komt veel minder geld beschikbaar voor ‘stadsverbeteringen’ (herinrichtingen en groot onderhoud). De focus zal liggen op onderhoud van de bestaande stad, wat eigenlijk al vast in begroot moet zijn omdat bij stedelijk beheer nou eenmaal onderhoudsopgaven komen kijken. Het is geen ombuiging maar feitelijk een bezuiniging zodat er ook geld beschikbaar kan komen voor opgaves buiten dit domein. Slecht nieuws voor de stadsdelen: net nu we weer gaan over dit soort projecten (daar zijn nieuwe afspraken over gemaakt) verliezen we de middelen om ze daadwerkelijk uit te kunnen voeren.

 

8. Gezien de zware tijd die de Amsterdamse evenementen hebben gehad door corona en de grote vraagstukken met betrekking tot de uitvoering, wordt het invoeren van de huur voor de openbare ruimte, die structureel in de begroting staat, geschrapt. Tegelijkertijd gaan wij de leges voor kleinschalige evenementen tot 500 personen gratis maken. De benodigde dekking hiervoor wordt gevonden binnen de leges voor evenementen boven de 500 personen. Waar gratis toegankelijke, kleinschalige en lokaal gerichte evenementen – zoals het bruggenfestival in Weesp – in de knel komen door leges, kijken we hoe we daarin tegemoet kunnen komen.

Weesp schrok zich het apelazarus toen men ontdekte dat na de fusie met Amsterdam er goud geld betaald moest worden om het jaarlijkse en geliefde stadsfeest te organiseren. Amsterdam gaat Weesp daar in tegemoet komen. Interessant is dat de leges voor kleine evenementen gratis worden. Dat is een trendbreuk met het beleid dat is vastgesteld vorige college (de leges schoten omhoog) maar in lijn met de adviezen die wij ook in Amsterdam-West hadden opgesteld.

 

9.  We zetten in op publiek-private en publiek-civiele samenwerking in de buurt, bijvoorbeeld door commons te bevorderen. 

ook dit college gaat weer proberen de ‘commons’ te bevorderen. De commons? Ja, dat zijn dus ‘publiek-civiele samenwerkingen’ (??). Niemand weet precies wat er mee bedoeld wordt maar toevallig kwam ik er recent achter dat in een beleidskader het begrip omschreven wordt als: “Gedeelde goederen, beheerd en onderhouden door een gemeenschap die zich organiseert aan de hand van gezamenlijk bepaalde en toegepaste regels.” Helder? Volgens mij valt een dispuutshuis ook onder deze definitie.. De bierrekening kan dus voortaan direct naar gemeente Amsterdam. 

10 NAVOLGBAARHEID AMBITIES COALITIEAKKOORD We maken de realisering van de afspraken uit het coalitieakkoord goed navolgbaar door heldere indicatoren en doelen op te nemen in Planning & Control producten.

Last but not least misschien wel het belangrijkste punt: zijn de afspraken navolgbaar? Als dit niet het geval is kan de gemeenteraad niet tot nauwelijks sturen en daarmee verwordt het raadslidmaatschap tot een vorm van bezigheidstherapie. De Rekenkamer metropool Amsterdam constateerde dat de ambities van het vorige college niet goed navolgbaar waren en sprak zelfs van een democratisch tekort. Dat gemeente Amsterdam nu heldere indicatoren en doelen opneemt in de begrotingen en jaarrekeningen is een stap voorwaarts, maar er is natuurlijk meer nodig.

De gemeenteraad moet op dit punt doorpakken. Ambities moeten ook in uitwerkingsprogramma’s duidelijk omschreven worden en het college moet zich durven te committeren aan SMART geformuleerde doelen. Amsterdam heeft er een handje van – opmerkelijk genoeg meer dan andere gemeenten – om regelingen zo abstract mogelijk te houden. Daar zit een strategie achter – zeker bij subsidieregelingen – om het bestuur meer ruimte te bieden maar uiteindelijk is het voor niemand helder wat alle overheidsinterventies opleveren of zouden moeten opleveren. Evaluaties van beleid blijven eveneens een ondergeschoven kindje waar met een beetje geluk wel gekeken wordt na output (hoeveel geld hebben we besteed?) maar zelden naar outcome (wat leverde het bestede geld nou echt op aan maatschappelijke waarde?).

Wat denk jij dat Nederland nodig heeft?

Wat mij betreft een heldere en realistische kijk op gemeentelijk beleid. 

In mijn nieuwsbrief vind je unieke inkijkjes in de Amsterdamse politiek en blijf je op de hoogte van relevante ontwikkelingen op het gebied van participatie en bestuurskunde. Lees je iets dat je interessant vindt? Laat mij het dan weten!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief via onderstaand formulier:


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

     

    Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *