Het nieuwe horecabeleid van Amsterdam

Op dit moment ligt het nieuwe beleidskader horeca en terrassen van gemeente Amsterdam voor ter inspraak. Op dit moment verschilt het horecabeleid nog per stadsdeel.  Een doorn in het oog van voornamelijk veel ondernemers, die merken dat het per stadsdeel kan verschillen wat wel en niet is toegestaan. Voor het nieuwe beleid noemt de gemeente  de volgende uitgangspunten:

    • Vooraf beoordelen wat de impact is van horeca op de omgeving.
    • De regels voor horeca en terrassen gelden voor de hele stad.
    • Er is ruimte voor nieuwe trends en ontwikkelingen in de horeca.
    • Ondernemers kunnen een betere afweging maken van kansen en knelpunten bij het starten van een nieuwe horecaonderneming of het aanpassen van bestaande horeca.
    • Maatwerk leveren voor bewoners en ondernemers in het gebied.
    • Meer sturing van de gemeente op waar welke horeca zich vestigt.

Het beleid kent twee elementen: een  openbare orde en veiligheidscomponent en een ruimtelijk component De gemeente wil graag de overlast beperken en beter kunnen sturen op waar wat voor een type horeca komt. Daarvoor maakt de gemeente gebruik van zwaarte categorieën (die in het omgevingsplan opgenomen zullen worden) en wordt in de APV een openingstijdenbeleid opgenomen die voor de gehele stad geldt. De invoering van de Omgevingswet met het omgevingsplan en de omgevingsvergunning speelt dus een centrale rol. Beide instrumenten zullen de gemeente de mogelijkheid bieden om makkelijker te sturen op voorhand en eveneens gemakkelijker te handhaven op (ongewenste) afwijkende activiteiten. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat voor nu gepland op 1 januari 2023.

De besluitvorming over het nieuwe horecabeleid zal verlopen volgens een zogenoemde drietrapsraket: van stedelijk niveau (Beleidskader), naar stadsdeelniveau (gebiedstypologieën), naar buurt/wijk/straatniveau (horeca-ambitieplannen). Dat betekent dat met het vaststellen van dit kader alleen de hoofdlijnen bekend zijn.

Geplande inwerkingtreding

Het is niet duidelijk wanneer het kader precies in werking gaat. Het ligt voor de hand dit gelijktijdig te doen met de omgevingswet, maar het Dagelijks Bestuur van stadsdeel centrum noemt die termijn van 1 januari ‘onrealistisch’ gezien de gigantische opgave die er komt kijken bij de invoering. Het stadsdeel waarschuwt ook voor een gefaseerde invoering. Dan kan in sommige wijken nog het oude regime gelden en in andere wijken al het nieuwe.

Ik vermoed dat het nog een tijd duurt voordat het werken met de omgevingswet voldoende gerijpt is om de invoering van dit nieuwe regime mogelijk te maken.

Participatie

Het kader doet wel al het nodige stof opwaaien: krijgen horecaondernemers niet te veel ruimte? En waarom zijn bewoners(groepen) niet betrokken bij de totstandkoming? Stadsdeelcommissie centrum heeft een advies opgesteld aan de wethouder met het verzoek het kader ‘aan te houden’ totdat bewoners zijn betrokken. Aangezien het beleidskader tot 11 mei ter inspraak ligt (en bewoners erop kunnen schieten) is het de vraag of dat advies zinnig is. Bewoners die zienswijzen ingediend hebben verdienen het om een reactie te krijgen.

In het nieuwe bestuurlijk stelsel beschikt de stadsdeelcommissie (SDC) niet over de bevoegdheid om ongevraagde adviezen direct aan het college van B&W aan te bieden. De ongevraagde adviezen zijn gericht aan het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel die weer als taak hebben om het college van advies te voorzien. Een ongevraagd advies heeft dus dezelfde status als ‘een open brief’. Het college is niet verplicht hierop te reageren of actie te ondernemen.

Gebiedstypologieën

Voor bewoners zijn de nieuwe gebiedstypologieën het belangrijkst. Deze bepalen wat er in bepaald gebied in de stad wel en niet wordt toegestaan. Zo mag in een woonwijk minder qua horeca dan in een uitgaansgebied. De indeling van Amsterdam in vormen van typologieën is momenteel nog niet bekend. Deze worden ook opgenomen in het toekomstige omgevingsplan.

In theorie kunnen de voorgestelde typologieën in het beleidskader nog door de gemeenteraad geamendeerd worden. Het ligt dan ook niet voor de hand om deze gelijktijdig met het beleidskader al op te stellen. Dat is op het eerste gezicht jammer, want bewoners en ondernemers willen graag weten wat er in hun wijk of straat zo meteen wel en niet mag qua horeca.

De typologieën worden gebaseerd op de bestaande situatie. Dat suggereert dat er objectieve, ambtelijke criteria voor zijn. Opmerkelijk genoeg staan die niet genoemd in het beleidskader. Dat is spijtig. In de praktijk zal het in veel gebieden neerkomen op bestuurlijke interpretaties van bestaande situaties. Of specifieke gebieden aangewezen worden als woonwijk of gemengd is ook afhankelijk van  de bestuurlijke onderbouwing. Dat biedt mogelijkheden voor inspraak en politieke sturing. Het gevaar bestaat dat er duizenden zienswijzen komen op de afzonderlijke indelingen. Bewoners kunnen het prettig vinden als hun straat aangewezen wordt als een gebied waar minder (zware) horeca is toegestaan.

Het lijkt mij dan ook verstandig dat stadsdelen en Stopera pas met de gebiedstypologieën aan de slag gaan als er kraakhelder is vastgesteld wat onder welke voorwaarden als wat aangemerkt kan worden.

Gezonde voedselomgeving

Gemeente Amsterdam zou gemeente Amsterdam niet zijn geweest als de kruistocht tegen fastfood ook niet in het gemeentelijk beleidskader wordt opgenomen. De gemeente stelt ‘een gezonde voedselomgeving’ na te streven en wil fastfood in woonwijken en rondom scholen beperken. Momenteel ontbreekt daar nog het instrumentarium voor, maar de gemeente noemt het toch maar:

Amsterdam wil een gezondere voedselomgeving waarin het aanbod van gezond en duurzaam voedsel de norm wordt. We willen bereiken dat inwoners en bezoekers worden gestimuleerd een gezonde keuze te maken. In woongebieden en vooral rondom scholen willen we dat het aanbod van fastfood, gemaksvoedsel en winkels met calorierijke snacks wordt beperkt. De komende jaren werkt de GGD in samenwerking met de gemeente en in City Deal verband aan krachtige (juridische) instrumenten om te kunnen sturen op een gezonde voedselomgeving. Horecabedrijven zijn mede bepalend voor het voedselaanbod in de voedselomgeving. Via horeca-ambitieplannen kunnen (lokale) doelstellingen vanuit het motief gezondheid een plaats krijgen in toekomstige ontwikkelingen.

Hoe dit precies zit heb ik uitgebreid behandeld in eerdere verschillende eerdere blogs.

Zie: Het verbod op fastfood: een beschavingsoffensief en Mag de gemeente de komst van een snackbar verbieden?

Naast fastfood wil gemeente Amsterdam ook de strijd aangaan tegen het andere kwaad: rokende mensen op het terras. Dat wordt aan banden gelegd. Als verzuurde ex-roker juich ik maatregelen tegen roken flink toe, maar dit lijkt mij een onhaalbare kaart. Zolang mensen nog roken willen ze dat buiten doen als ze een paar biertjes op hebben gedronken. Een rookvrij terras is een keuze van een ondernemer, niet van de gemeente.

Terrassenbeleid

Een ander belangrijk element is het (nieuwe) terrassenbeleid dat met bovenstaande samenhangt. Een politiek gevoelig onderwerp. Want hoewel terrassen van economisch levensbelang zijn voor de bezoekerseconomie en horecaondernemingen, klagen veel Amsterdammers steen en been over de terrassen. De spanning is door de gemeente als volgt verwoord:

Terrassen zijn een belangrijk onderdeel van het gebruik van de openbare ruimte in de stad. Ze bieden levendigheid, sfeer, gezelligheid, een plek voor ontmoeting en dragen bij aan de zichtbaarheid en levensvatbaarheid van een horecaonderneming. Tegelijkertijd is de openbare ruimte schaars en zijn de claims op het gebruik ervan divers. Verkeer in allerlei hoedanigheden, winkeluitstallingen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en publieke voorzieningen (bankjes, speeltoestellen) eisen allemaal een plek op. Daarnaast kan het gebruik van terrassen leiden tot een inbreuk op het woon- en leefklimaat van bewoners als gevolg van geur, geluid en het komen en gaan van bezoekers. Reden waarom de locatie, de situering, de inrichting en het gebruik van terrassen onderworpen zijn aan regels om zo een goede balans te vinden tussen de voor- en nadelen van het gebruik van de openbare ruimte voor terrassen.

 

Belangrijke wijziging is dat het kader nu duidelijk definieert wat een terras is met de volgende definitie: Een terras is een buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecabedrijf waar uitsluitend dranken en/of etenswaren en/of rookwaren (waterpijp) voor directe consumptie ter plaatse worden geserveerd en genuttigd en dat daartoe is ingericht.

De toevoeging van de waterpijp is ook nieuw om zogenaamde sishalounges beter te kunnen reguleren.

De hamvraag is nu: krijgen horecaondernemers meer of minder ruimte voor terrassen? Het antwoord is: steeds minder. Uit de bijlage:

Conform de Agenda Amsterdam Autoluw maken we ruimte voor een leefbare en toegankelijke stad. Dat betekent herverdeling van de ruimte: minder ruimte voor autoverkeer en parkeren, méér ruimte voor groen, fietsers, voetgangers, spelende kinderen en ontmoetingen op straat. Dit betekent dat als uitgangspunt bij herinrichting van straten een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal twee meter wordt aangehouden. Dit uitgangspunt heeft effect op ruimte voor groen, parkeren en ook op ruimte voor terrassen. Voor locaties waar geen sprake is van herinrichtingsplannen, blijft de huidige minimale doorloopruimte van kracht zoals vastgesteld in de terrasregels van de verschillende stadsdelen, totdat het college een nieuw besluit neemt over het voetgangersbeleid.

De nieuwe gemeenteraad moet een besluit gaan nemen over de zogenaamde ‘voetgangersnorm’. Tot die tijd (en er niet heringericht wordt) blijven de huidige regels gelden daarna moeten terrassen voldoen aan de (strengere) normen. Dit betekent nogal wat voor mijn eigen Oud-West, waar terrassen mogelijk vrijwel onmogelijk gemaakt worden. Het beleidskader ziet – in theorie – in een maatwerkprocedure voor die gevallen om toch terrassen toe te kunnen staan.

Conclusie

 

Stadsdeel West gaat nog inhoudelijk adviseren op het kader. Daarin zal ik ook mijn op- en aanmerkingen in meegeven. Belangrijk voor nu is dat het beleidskader (A) onderdeel is van een drietrapsraket (B) de uitgangspunten bevat (C) en dat stadsdelen in de toekomst nog betrokken worden bij de uitwerking in de gebiedstypologieën. De invoering van het kader zal op zijn vroegst pas 1 januari 2023 en mogelijk nog veel later zijn. De angst dat bewoners de boot gemist hebben qua inspraak lijkt mij voor nu onterecht. 

Als dit kader in de huidige vorm aangenomen wordt, gaat de echte spanning zitten in wat de gemeenteraad gaat doen met het nieuwe voetgangersbeleid. Dit zal op korte termijn de grootste impact hebben op de (omvang van) terrassen. 

Verder denk ik dat het voor nu goed is dat het horecabeleid wordt geharmoniseerd. Hoewel de uitwerking altijd (hyper)lokaal zal blijven. 

 

Wat denk jij dat Nederland nodig heeft?

Wat mij betreft een heldere en realistische kijk op gemeentelijk beleid. 

In mijn nieuwsbrief vind je unieke inkijkjes in de Amsterdamse politiek en blijf je op de hoogte van relevante ontwikkelingen op het gebied van participatie en bestuurskunde. Lees je iets dat je interessant vindt? Laat mij het dan weten!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief via onderstaand formulier:


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

     

    Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.