Nomadland: niet kritisch genoeg?

Nomadland is met drie prijzen de grote winnaar geworden van de afgelopen Oscar-uitreiking en is nu te zien op Disney+. De film is een filmisch hoogstandje maar wordt door diverse critici als te tam beschouwd. Is die kritiek terecht?

De film is gebaseerd op het gelijknamige en behoorlijk geëngageerde boek van journalist Jessica Bruder uit 2017. Recensenten die hoopten dat de stevige maatschappijkritiek uit het boek terug zou komen in de film reageerden in hun recensies teleurgesteld. De film lijkt bewust ervoor te kiezen het maatschappelijke aspect op de achtergrond te plaatsen.

Kenmerkend voorbeeld daarvan is de rol van het distributiecentrum van Amazon in de film. In veel journalistieke producties een hel op aarde, maar in Nomadland een prettige werkomgeving waar “het goed geld verdienen is” tijdens de kerstdagen in een regio zonder werkgelegenheid. Opmerkelijk, want in het boek werd Amazon nog ‘de grootste slavendrijver van het land” genoemd. Niet verwonderlijk werd deze “vriendelijke” benadering van de tech gigant aanleiding voor een relletje in aanloop naar de Oscars.

De rol van Disney

Veel recensenten speculeren dat de “oppervlakkige progressieve” insteek van de film ingegeven is vanuit uitgesproken commerciële motieven. Disney kan zich met deze film betrokken tonen zonder zich er in de voet mee te schieten. In deze kritiek ligt de aanname verscholen dat de hand van de machtige corporations leidend is geweest in de totstandkoming van de film.

Die kritiek gaat mijns inziens voorbij aan het eenvoudige gegeven dat niet sociale maar psychologische thema’s centraal staan in de verfilming. Dat is een artistieke en goed verdedigbare keuze. De film is niet bedoeld als sociale aanklacht, maar als weergave van een groep outsiders en outcasts. De motieven voor ‘de nomaden’ om erop uit te trekken moeten gevonden worden in het omgaan met verlies van een dierbare of de behoefte dichter bij de natuur te staan. Het weglopen van verantwoordelijkheden en verplichtingen die bij het burgerlijke bestaan horen vormt eveneens een drijfveer. Dat aspect wordt vakkundig en indringend in beeld gebracht.

Expliciet worden enkele grote (en tikkeltje clichématige) existentiële vragen opgeworpen: “wat wil je nog uit het leven halen als je slechts een paar maanden te leven hebt?”. Daarmee wordt inderdaad nadrukkelijk gesuggereerd dat de nomaden bewust kiezen voor het leven dat zij leiden, wat op het oog uit economische noodzaak geboren lijkt te zijn. De vraag is tegelijkertijd of de vele levenslustige zestigers (die van aanpakken weten) die in de film langskomen zich echt door externe sociale factoren zoals een recessie tot outsiders laten dwingen. Waarschijnlijker is dat diepe psychologische motieven de aanleiding vormen om zich af te keren van het burgerlijk bestaan.

Wanderlust

Nederland is natuurlijk geen Amerika. Een Nederlander die absolute vrijheid probeert te zoeken op de Veluwe is na een uurtje er wel weer op uitgekeken. Maar ook in Nederland zijn er talloze mensen die herkennen dat “een huis-op-wielen” ongekende vrijheid met zich mee kan brengen. Opvallend in het NRC-artikel is dat het niet alleen gepensioneerde babyboomers zijn die als droom hebben om erop uit te trekken. Binnen andere generaties leeft die behoefte ook. 

Filmisch hoogstandje

Een overkoepelend verhaal ontbreekt maar elke scene is knap opgezet en vertelt een op zichzelf staand verhaal. De wens om volledig vrij en onafhankelijk te zijn wordt in enkele losstaande scenes ingenieus gespiegeld aan de interdependentie die de mens eigen is. Onafhankelijkheid houdt in de film op met bestaan wanneer de motor van een wagen afslaat. “You gotta learn how to take care of your own shit” merkt één van de nomaden op. Dat sluit niet uit dat iedereen behoefte blijft te hebben aan een gemeenschap op wie terug te vallen valt wanneer het fout gaat. Onafhankelijkheid en eenzaamheid gaan in de film hand in hand.

Niet het gebrek aan sociale kritiek, maar juist het gebrek aan aandacht voor de donkere kanten van de mens in de mens zelf vormt de zwakke plek van de film. De gemeenschap van nomaden is opmerkelijk (en ongeloofwaardig) vriendelijk. In het oude Wilde Westen lag het gevaar op de loer. Door avonturiers werd er eerst geschoten voordat men elkaar begroetten. In het Wilde Westen van de 21ste eeuw is gastvrijheid de norm. Diefstal, misbruik en alcoholisme lijkt geen rol te spelen. Het gevaar schuilt enkel in overijverige parkeerbeambten die vriendelijk verzoeken om de campervan elders te parkeren.

Nomadland roept bij mij een sterke associatie op met een andere Oscar winnaar namelijk “Brokeback Mountain” uit 2005. In die film is het schitterend gefilmde, onherbergzame Amerikaanse landschap eveneens de hoofdrolspeler. Het verhaal van Annie Proulx richt zich eveneens op maatschappelijke outsiders die in de ongetemde natuur zowel de vrijheid om zichzelf te zijn vinden als de eenzaamheid die daar uiteindelijk bij hoort. Proulx formuleerde met “the huge sadness of the northern plains rolled down on him” misschien wel de mooiste zin uit de Amerikaanse literatuur. Het is tevens dat enorme verdriet (verbeeld in uitgestrekte bergketens) dat ook in Nomadland onuitgesproken maar ontegenzeggelijk uitgestort wordt over de hoofdrolspeelster en daarmee ook de kijker.

Wat denk jij dat Nederland nodig heeft?

Wat mij betreft een heldere en realistische kijk op gemeentelijk beleid. 

In mijn nieuwsbrief vind je unieke inkijkjes in de Amsterdamse politiek en blijf je op de hoogte van relevante ontwikkelingen op het gebied van participatie en bestuurskunde. Lees je iets dat je interessant vindt? Laat mij het dan weten!

Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief via onderstaand formulier:


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

     

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *