Hoe de Eerste Kamer discriminatie wel kan oplossen

Er komt een parlementair onderzoek naar de kloof tussen wetgeving en praktijk als het gaat om discriminatie. De Eerste Kamer heeft dit initiatief genomen. Volgens de commissie die het onderzoek initieert lijkt de bescherming tegen discriminatie op papier goed geregeld. Toch zijn er sterke aanwijzingen dat discriminatie in de praktijk nog altijd een groot en urgent probleem is. Dit blijkt onder meer uit rapporten die een stijging aan incidenten laten zien.

Bijzonder aan dit parlementair onderzoek is dat de term ‘parlementair onderzoek’ letterlijk genomen kan worden. Een Kamer van het parlement onderzoekt zijn eigen rol op het punt van de effectiviteit van anti-discriminatiewetgeving. Om te achterhalen waar haperingen optreden en hoe die opgelost kunnen worden.

Een belangrijk punt van aandacht is dat het kabinet het initiatief heeft genomen voor een staatscommissie voor onderzoek naar discriminatie en racisme. Een commissie die feitelijk – grotendeels – hetzelfde onderzoek gaat doen. Dit roept de praktische vraag op of er geen sprake is van dubbelwerk. 

Wat mij betreft zet de Eerste Kamer een hele belangrijke stap met dit onderzoek. Een stap die niet alleen betrekking heeft op de discriminatieproblematiek maar waarschijnlijk veel verder gaat. 

Het onderzoek

Het parlement heeft als gevolg van de Black Live Matters demonstraties de afgelopen maanden vaker de wens uitgesproken aan de slag te gaan met de discriminatiepolitiek. Dat gaat allesbehalve van een leien dakje. In mijn bespreking van het voorstel Nationale Coördinator Discriminatie en Racisme betoogde ik dat de Kamer nog onvoldoende scherp heeft wat precies het probleem is dat zij willen en kunnen oplossen. Het gevolg daarvan was dat de bespreking van de NC:DR in de Kamer uiterst ongemakkelijk was.

Eerder deze maand besprak de Eerste Kamer een initiatiefvoorstel tot wijziging van de Grondwet die hoogst symbolisch is. Het onderzoek dat de Eerste Kamer heeft geïnitieerd is in dat opzicht wel de logische stap om te zetten om wel tot wezenlijke veranderingen te komen.

De Eerste Kamer kiest ervoor het onderzoek naar discriminatie te beperken tot discriminatie binnen vier sectoren waar de overheid actief is:

  • Arbeidsmarkt
  • Onderwijs
  • Sociale zekerheid
  • Politie

De afbakening komt de slagkracht van het onderzoek ongetwijfeld ten goede. Een opvallende afwezige is de woningmarkt, waar de overheid eveneens een sterk regulerende rol heeft en waar uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen discriminatie ervaren. Het geeft aan in hoeveel verschillende sectoren de problematiek speelt.

Tegenwerpingen

Het voorstel is in de Eerste Kamer niet unaniem aangenomen.  De fracties van PVV, Fractie-Nanninga, SGP en Forum voor Democratie stemden tegen. Het Forum voor Democratie wilde dat er ook onderzoek gedaan wordt naar  discriminatie van blanken en van politieke gezindten. FVD stelt daarnaast dat onderscheid juist goed is, zoals het onderscheid tussen goed en kwaad. De commissie had zich alleen moeten richten op verboden onderscheid, wat discriminatie is.

De fractie-Nanninga (JA21) meent dat tijd en middelen wellicht beter besteed kunnen worden, aangezien er ook een Staatscommissie ingesteld wordt op dit onderwerp. De SGP steunt dat bezwaar.  Volgens de SGP is het maar de vraag  of dit onderzoek wel een taak van de Kamer is. Er zijn hoge kosten mee gemoeid en daarbij heeft de regering inmiddels het initiatief genomen tot een staatscommissie. Is het niet bij uitstek juist de staatscommissie die dit onderzoek zou moeten doen?

Staatscommissie

De commissie besteedt veel aandacht aan de mogelijke overlap met het initiatief van de regering. De commissie is in dat opzicht van oordeel dat er eerder sprake is van complementariteit dan van overlap. Het regeringsinitiatief lijkt zich meer te richten op de effecten van beleid en de ervaringen van burgers. Het parlementair onderzoek primair op de rol van het parlement bij het vaststellen en toetsen van de wetgeving en bij de controle van beleid.

Interessant is dat vandaag (25 februari) ook het rapport “Klem tussen Balie en Beleid” is verschenen van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties met als voorzitter Andre Bosman (VVD). De commissie concludeert dat de politiek te weinig oog heeft voor uitvoeringsproblemen bij wetgeving. Wat op papier klopt blijkt in de praktijk tegen problemen aan te lopen. Een jaar geleden zei een topambtenaar in het NRC artikel “Topambtenaren zijn vooral bezig hun minister uit de wind te houden”: “Er worden borrels en fuiven gegeven als de Eerste Kamer akkoord is gegaan met nieuw beleid of nieuwe wetgeving. De uitvoeringsproblemen komen toch na je tijd.”

Het parlement heeft te lang te weinig oog gehad of papieren wetgeving in de praktijk ook werkt. Om die reden denk ik dat het goed is dat de senaat nu zelfstandig onderzoek doet naar hun eigen rol binnen het wetgevingsproces. De discriminatieproblematiek is een goed beginpunt hierbij om discriminatie op papier nooit zo bedoeld is, maar in de praktijk vaak wel zo uitpakt. Wat daar mis gaat in het wetgevingsproces gaat ongetwijfeld ook mis bij andere problemen.

Onderzoek helpt

Dat er een kloof schuilt tussen papieren beleid en de praktijk is binnen alle domeinen vaak een gegeven feit. Hierbij speelt onder andere mee dat het voor ambtelijk talent aanlokkelijker is om mee te werken aan het tot stand komen van beleid maken dan aan de uitvoering. De aandacht voor uitvoeringsproblematiek is vaak gering. Het is dan ook van groot belang om te werken richting een cultuur waar beleidsevaluatie de regel en niet de uitzondering is.

Bestuurders vinden het lastig om geconfronteerd te worden met mankementen in het beleid van hun voorganger. Zij zijn er politiek verantwoordelijk voor maar hebben zelf eigen en vaak andere doelen die zij willen nastreven. Reparatiewerkzaamheden moeten uitvoeren om de bestaande praktijk op de rails te krijgen is minder aanlokkelijk dan weer opnieuw te beginnen met een nieuw beleidskader. Tegelijkertijd kunnen de uitvoeringsproblemen van ouder beleid (die regelmatig leiden tot zeer schrijnende situaties) een bewindspersoon de kop kosten als de problemen uitkomen. Dat draagt bij aan de door de NRC beschreven cultuur van verschuilen waar het structureel evalueren van beleid geen kans maar een groot risico vormt.

Discriminatie veroorzaakt door overheidsoptreden bestrijden we door kritisch te kijken naar wat het mis gaat. Niet door elkaar de maat te nemen. Het initiatief van de senaat zal daar hopelijk een bijdrage aan kunnen leveren.

Krijg jij mijn nieuwsbrief al?

Geen reclame! Wel interessante updates, artikelen en tips.


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *