De Nationale Coördinator Discriminatie & Racisme. De oplossing voor een ander probleem.

Deze week werd bekend dat Nederland een “Nationale Coördinator Discriminatie & Racisme” krijgt (hierna: Nationale Coördinator). Minister Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken komt daar mee tegemoet aan de wens van de Kamer en aan het verzoek van diverse deskundigen. De aankondiging zorgde voor felle debatten in verschillende radioprogramma’s (zie kader 1 en kader 2) en in de Kamer zelf. 

Discriminatie is een complex maatschappelijk vraagstuk en de bestrijding ervan is niet eenvoudig. Centraal staat de vraag welke rol de overheid kan aannemen in een effectieve bestrijding. 

De verkenning naar de Nationale Coördinator kan gezien worden als een stap in de goede richting om tot een afgebakende, integrale en effectieve aanpak te komen. De vraag die nu speelt is of de juiste stap wel gezet gaat worden. De eerste tekenen stemmen weinig hoopvol. 

Opmerkelijk genoeg is deze week ook bekend geworden dat het ministerie van Justitie & Veiligheid een Nationale Coördinator Antisemitismebestrijding krijgt (NRC). Hoe beide coördinatoren zich tot elkaar verhouden moet nog worden uitgewerkt. 

Wat kan je in dit artikel vinden?

Dit artikel is opgezet als een beschouwing van de mogelijke rol van de Nationale Coordinator. De bronnen zijn allemaal journalistieke producties of stukken/rapporten die publiekelijk toegankelijk zijn. 

Het uitgangspunt dat aangehouden wordt is dat discriminatie een maatschappelijk probleem is waar de overheid een rol in kan of zou moeten spelen. Dit uitgangspunt wordt door diverse politici in twijfel getrokken en maakt de discussie extra gecompliceerd. In één van de kaders is hier apart aandacht voor. 

De Nationale Coördinator Discriminatie & Racisme.

In de Kamerbrief noemt minister Ollongren (D66) van BZK: “Om discriminatie en racisme daadwerkelijk terug te dringen, is een gecoördineerde aanpak vanuit de overheid noodzakelijk.” Waarom dit noodzakelijk is wordt helaas – mogelijk bewust – niet onderbouwd. 

De motie van D66 & DENK stelt dat de Kamer “van mening is dat de overheid het principe van een inclusieve werkgever zou moeten nastreven; en verzoekt de regering, een nationaal coördinator discriminatie en racisme aan te stellen voor de aanpak van discriminatie, racisme en die kan zorgen voor meer inclusiviteit bij de overheid”. 

De Kamer ziet de overheid dus zelf als het probleem in haar hoedanigheid als werkgever. Een gecoördineerde aanpak dient er voor te zorgen dat het werkgeversbeleid van de overheid inclusiever wordt. 

Intensieve verkenning

De minister doet in de brief nog geen uitspraken hoe ‘de gecoördineerde aanpak’ eruit moet komen te zien. Wel zegt zij in de brief toe ‘een intensieve verkenning’ in het leven te roepen, waarbij verschillende suggesties voor diverse coördinatiemechanismen, onder meer vanuit het College voor de rechten van de mens (CvRM) en vanuit de Universiteit Utrecht voor oprichting van een Nederlandse Emancipatie Autoriteit (NEMA), meegenomen zullen worden.

Het CvRM redeneert in haar jaarrapportage dat de Nederlandse overheid, waaronder de rijksoverheid, de politie, het OM en gemeenten, nadrukkelijk de taak heeft om mensenrechten te respecteren, te beschermen en te garanderen. Het is aan de Nederlandse overheid om het recht om veilig jezelf te zijn voor iedereen in Nederland te waarborgen. Het CvRM doet de volgende aanbeveling:

“Wijs een coördinator aan voor de aanpak van discriminerend gedrag in de openbare ruimte. Een coördinator kan zorgen dat een overkoepelende, integrale en structurele aanpak van discriminerend gedrag wordt ontwikkeld. Coördinatie leidt tot betere samenhang in beleid en vormt een belangrijke waarborg voor een effectieve en praktische bescherming van het recht om veilig jezelf te zijn in het openbaar. Een gecoördineerde aanpak maakt het mogelijk lokale overheden te ondersteunen bij het maken van beleid voor de openbare ruimte en zorgt voor consistente aanpak bij de gemeenten. In deze aanpak dient aandacht uit te gaan naar: (a) de verschillende discriminatiegronden, alsmede intersectionaliteit; (b) de omgeving waarbinnen specifieke problemen zich voordoen; en (c) de verschillende vormen van discriminerend gedrag.”

Jaarrapportage 2019  (gepubliceerd op: 10 – 06 – 2020)

2. De behandeling in de Kamer

In de toelichting in de Kamer (Het debat is hier terug te kijken) noemt de minister racisme een “veelkoppig monster” dat zich manifesteert op meerdere (beleids)terreinen. De minister merkt op dat er maar liefst zeven bewindspersonen betrokken zijn bij de bestrijding ervan. De huidige inzet en aanpak is volgens de minister niet toereikend, blijkt onder meer uit het gegeven dat discriminatie nog steeds bestaat. Daarom is meer coördinatie nodig, want het is niet doeltreffend om nieuwe instrumenten voor handhaving en bestraffing wel uit te proberen in de éne sector en niet in de andere.  De ambitie is om “het fenomeen met wortel & tak uit te roeien”. 

De Nationale Coördinator beoogt discriminatie in de samenleving uit te willen roeien maar lost feitelijk alleen een intern probleem op binnen de Rijksoverheid. Het doel is om tot gedeeld beleid te komen aangaande discriminatiebestrijding binnen de zorg, arbeidsmarkt en woningmarkt. 

Staatscommissie

Welke aanpak werkt of noodzakelijk is weten wij niet. Er wordt ook – op aanvraag van de Eerste Kamer – onderzoek gedaan of er een Staatscommissie ingericht moet worden om te onderzoeken waarom huidige wet- en regelgeving onvoldoende effectief is. De resultaten daarvan zullen pas over enkele jaren bekend worden.

Er moet dus nog onderzoek gedaan worden naar waarom bestaande instrumenten niet het huidige effect hebben. Tegelijkertijd wil de Rijksoverheid wel al een coordinator gaan instellen om dezelfde instrumenten op meerdere beleidsterreinen te gaan gebruiken. Dat is een curieuze tegenstrijdigheid.

Is een coordinator wel nodig? 

Het maatschappelijk debat over discriminatie en racisme is beladen. Juristen, sociologen, politici en activisten hanteren verschillende definities van deze termen en hebben ook eigen zienswijzen op de ernst en omvang van de problematiek. Of en op welke wijze de overheid zich in dit debat moet mengen is onderwerp van een zeer verhit debat. Telegraafjournalist Wierd Duk noemt bijvoorbeeld dat het instellen van een Coordinator een verkeerd signaal afgeeft. 

Universitair hoofddocent Sociale Vraagstukken Hans Siebers van de Tilburg University vindt het instellen van de coordinator wel een goed idee zegt hij tegen BNR. Maar wel onder de voorwaarde dat de woorden ‘racisme’ en ‘discriminatie’ uit elkaar worden gehouden.  ‘Dat wordt in één adem genoemd en dat is onwenselijk, ze zijn nadrukkelijk niet hetzelfde’.

‘De feiten zijn eenduidig, er is weinig data die laten zien dat er sprake is van geïnstitutionaliseerd racisme in Nederland. We hebben daarentegen wel veel gegevens die laten zien dat er sprake is van geïnstitutionaliseerde discriminatie.’

3. Een veelkoppig monster

Het voorstel van de minister wijkt op een belangrijk punt af van het voorstel van het CvRM. Waar het CvRM aanstuurt op een duidelijk afgebakende gecoördineerde aanpak binnen een domein (de openbare ruimte) waar de overheid ook een duidelijke taak en rol heeft, wil de minister “het veelkoppig monster” gaan bestrijden in al haar verschijningsvormen. De ambities van de minister ‘om te willen door te pakken’ en de ‘idealen die zijn vastgelegd in artikel 1 Grondwet” ten uitvoer te brengen zijn lovenswaardig, maar tegelijkertijd bevestigt het de vrees dat het bij retoriek blijft. 

Het probleem is als volgt: binnen elk domein bestaat er al heel veel beleid & regelgeving om discriminatie aan te pakken. Die plannen zijn waardevol, maar het ontbreekt per domein aan een overkoepelende en integrale aanpak. 

Heeft het nut om een aanpak waarmee geëxperimenteerd is binnen de zorg ook toe te passen binnen de woningmarkt? Het is maar de vraag of dat echt de voorliggende uitdaging is.

Ambitieuze Kamerleden

Tijdens de bespreking in de Kamer gaat het ook direct mis. In eerste instantie reageren Kamerleden enthousiast op het voornemen van de minister. De Kamerleden lijken alleen langs elkaar heen te praten als het gaat om de invulling. Sommige partijen doen hele concrete voorstellen voor de invulling (o.a D66). Andere Kamerleden vragen afzonderlijk aandacht voor verschillende groepen Nederlanders die discriminatie zouden ervaren, zoals mensen met een beperking (Kuiken, PvdA) en “blanken die geen baan krijgen door diversiteitsbeleid” (Bosma, PVV).

In haar antwoord hapert de minister een beetje. Zij zegt toe dat de Nationale Coördinator zich met alles gaat bemoeien. Dat is problematisch, want uit ‘de intensieve verkenning’ zal hoogstwaarschijnlijk naar voren komen dat een afgebakende en sterk ingekaderde rol realistischer is.

De vraag waarom er een aparte Nationale Coordinator moet komen voor discriminatie & racisme terwijl het ministerie van J&V als afzonderlijk ministerie er een optuigt voor antisemitisme wordt ook niet beantwoord. 

Antidiscriminatievoorzieningen (ADV)

In het coalitieakkoord riep Kabinet Balkende IV het bestrijden van discriminatie uit tot één van de uitgangspunten. Dat leidde onder meer tot wetgeving om een landelijk dekkend netwerk van ADV’s te regelen. 

De ADV’s houden zich bezig met discriminatie in al haar verschijningsvormen, monitoren en bemiddelen. De meeste meldingen die binnenkomen zijn arbeidsmarkt gerelateerd.

De slagkracht en effectiviteit van de ADV’s is om uiteenlopende redenen beperkt. De grote onbekendheid, gebrek aan bevoegdheden en onduidelijke (en brede) taakstelling gecombineerd met de relatief gebrekkige financiering leiden er toe dat de voorzieningen weinig bereiken.

ADV’s worden grotendeels gefinancierd door de Rijksoverheid, zijn onafhankelijke organisaties maar sluiten aan bij het antidiscriminatiebeleid van gemeenten. Een gemeente kent vaak per beleidsterrein (veiligheid, arbeidsmarkt, woningmarkt etc.) apart beleid. De Rijksoverheid (BZK) biedt gemeenten een handreiking, maar gemeenten hebben de beleidsvrijheid om zelf tot eigen beleid te komen.

4. Huidige systematiek

Is de Rijksoverheid wel de aangewezen overheid om discriminatie aan te pakken? Het bestrijden van discriminatie is in de huidige systematiek een taak voor de lokale overheden. Dat is ook niet verbazingwekkend, aangezien discriminatie zich voornamelijk manifesteert in de directe leefomgeving. Het bestrijden van discriminatie is tegelijkertijd een opgave met een sterke nadruk op uitvering en handhaving. Niet voor niets stuurt het CvRM aan op een gecoördineerde aanpak die lokale overheden ondersteunt. Daarbij is het belangrijk dat er een gedegen wettelijk kader is, maar de uitvoering ligt bij de gemeenten. 

Wethouders van de grote gemeenten vragen dan ook om meer middelen en mogelijkheden (Wethouders G4 pleiten voor meldplicht bij discriminatie: ‘Van schouderophalen naar reageren en aanpakken’. Trouw). De wethouders zien een rol weggelegd voor de Nationale Coordinator die de meldplicht kan organiseren.

“De meldplicht zou wat ons betreft eerst moeten gelden voor organisaties en bedrijven in sectoren waar de meeste discriminatie plaatsvindt, zoals het onderwijs, arbeid, inkomen en huisvesting. We zouden antidiscriminatiebureau Radar kunnen inrichten als de plek waar men met meldingen terechtkan. Als dat goed werkt, kun je kijken of de meldplicht ook naar andere sectoren zou kunnen worden uitgebreid.”

Wethouder Wijbenga (VVD) van Rotterdam in de Trouw.

Bron: Twitter

Reacties van deskundigen

In de BNR Podcast Ask my Anything (AMA) van Jörgen Raymann zegt onderzoeker Hanneke Felten (die onderzoek doet naar wat werkt tegen discriminatie)  “de nationale coördinator een goed plan te vinden” want “een nationale coördinator heeft veel om het lijf en krijgt ook personeel”. Ze zal de ontwikkelingen wel kritisch blijven volgen “want het moet niet alleen bij plannen blijven, er moet ook een aanpak ontwikkeld worden”.

Adriana van Dooijeweert (voorzitter CvRM) merkt in dezelfde AMA podcast op dat de coördinator zich bezig gaat houden met alle vormen van discriminatie. Mensen moeten zich bewust worden welke impact discriminatie op anderen heeft. Dat is het grote belang van de “integrale aanpak” zoals het CvRM die heeft voorgesteld.

Luisteraars van de podcast doen voorstellen wie de rol van coordinator zou moeten vervullen (Gloria Wekker wordt veel genoemd). De antwoorden van de deskundigen verraden dat de Nationale Coordinator ook een ‘bewustmakende rol’ kan krijgen. De coordinator als ambassadeur van de problematiek. 

5. De wens om tot resultaten te willen komen

Het enthousiasme van de Kamer om tot een herkenbare en daadkrachtige aanpak te willen komen van discriminatie is begrijpelijk gezien de onrust die nu in de samenleving bestaat. Het instellen van een Nationale Coördinator maakt de inspanningen die de overheid doet zichtbaar voor een breed publiek. 

Tegelijkertijd moet de Kamer zich kritisch gaan afvragen of de Rijksoverheid wel de aangewezen overheid is om tot een oplossing te komen. Er zijn hiaten te vinden in de wetgeving en rechtsbescherming die alleen opgelost kunnen worden door de wetgever zelf. De belangrijkste uitdagingen liggen echter op het niveau van de lokale overheid en betreffen handhaving en uitvoeringsvraagstukken. 

Mogelijk komt men dan tot de conclusie dat één overkoepelende Nationale Coördinator niet de gewenste oplossing is. Dat het instellen van aparte coördinatoren per domein (zoals de Coördinator Antisemitisme van het ministerie van J&V) succesvoller is omdat deze kunnen meehelpen aan een integrale aanpak binnen dat domein. 

6. Conclusie

Discriminatie wordt gezien als een veelkoppig monster. Het kabinet is voornemens een Nationale Coördinator in te stellen om dit veelkoppige monster te bestrijden. In de samenleving wordt nog steeds een fel debat gevoerd of discriminatie een probleem is en hoe dit bestreden moet worden. 

De Nationale Coördinator lijkt niet het probleem van discriminatie te willen oplossen, maar voornamelijk het gebrek aan regie binnen de rijksoverheid zelf binnen dit thema. Deskundigen en Kamerleden hebben sterk wisselende ideeën over wat de activiteiten en taken moeten zijn van deze r.Nationale Coördinato

Het gebrek aan een eenduidige visie op het onderwerp zal hoogstwaarschijnlijk succes in de weg staan of – zoals deskundigen opmerken – in eerste instantie voornamelijk bijdragen aan meer bekendheid voor de problematiek. 

Het zou voor de hand liggen om meer aansluiting te zoeken bij de bestaande systematiek en de decentrale aanpak bij bestrijding van discriminatie uit te breiden. Mogelijk moet er eerst een heuse staatscommissie aan te pas komen voordat men tot dergelijke conclusies komt. Dat betekent dat het nog enkele tot vele jaren duurt voordat er echt een deugdelijke aanpak ligt.  

Krijg jij mijn nieuwsbrief al?

Geen reclame! Wel interessante updates, artikelen en tips.


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *