Bibliotheken: hoe de ‘cultuuroorlog’ Nederland raakt

Inleiding

Bibliotheken zijn op grote schaal in stilte bezig om alle kinderboeken met Zwarte Piet te verwijderen (Het Parool). Volgens koepeldirecteur Anton Kok is dat logisch en passend bij de tijdsgeest. Critici maken zich zorgen: is het wel de taak van de bibliotheek om zich in deze beladen discussie te mengen? 

De bibliotheken hebben zich (onbewust) gemeld aan de frontlinies van de cultuuroorlog. Hun onafhankelijke positie staat dat toe. De vraag is of bibliotheken in dit geval bewust genoeg zijn van de verantwoordelijkheden die bij deze positie komen kijken. 

Controverse over (kinder)boeken is niet nieuw. Doet de bibliotheek er juist aan om in stilte boeken te verwijderen? Aan de hand van de opdracht in de Bibliotheekwet en aan de kwetsbare positie van bibliotheken op dit moment kan daar sterk aan getwijfeld worden. 

De Nederlandse cultuuroorlog

Sociologen verwijzen met de ‘cultuuroorlog’ doorgaans naar de tegenstellingen in Amerika. De progressieven uit de stedelijke gebieden tegenover de orthodox christelijken uit de plattelandsstreken. Hun levensbeschouwelijke visies staan haaks op elkaar en zij vechten dat in het publieke debat met elkaar uit.

Die tegenstelling is in Nederland een stuk minder sterk. Op het eerste gezicht lijkt de oorlog hier niet te bestaan. Onderzoek van het SCP heeft aangetoond dat Nederlanders relatief eensgezind zijn (Het Parool).

Toch maakt ook het SCP onderscheid tussen verschillende type Nederlanders. De symbool-Nederlanders hechten volgens het SCP aan Koningsdag, molens en Sinterklaas en zien de islam als wezensvreemd. Zij zijn kritisch op veranderingen in de Nederlandse cultuur. 

Nederlanders uit de andere categorie, hechten meer waarde aan zaken als burgerrechten en democratie en voelen zich sterk verbonden met Europa en waarderen de islam als onderdeel van Nederland. Zij zien veranderingen als noodzakelijk. 

Beide groepen weten elkaar in het publieke debat vaak te vinden. Hun verschillen van meningen leiden tot verhitte debatten, maar ook tot rechtszaken en soms zelfs tot gewelddadig treffen.

De overgrote meerderheid van 80% de Nederlanders herkent zich niet in beide profielen. Diverse opiniemakers en wetenschappers redeneren dan ook dat de ‘cultuuroorlog’ een strijd van een kleine groep is.

In de praktijk blijken ook ‘gematigde’ Nederlanders uiteindelijk betrokken te worden. Als het debat concreter wordt, dan trekt men wel naar een scherpe positie. Bijvoorbeeld wanneer de vraag opkomt of iemand vindt dat Zwarte Piet moet blijven of dat er voor abortusklinieken gedemonstreerd mag worden door tegenstanders.

De cultuuroorlog duikt in Nederland dus ook op. Bijvoorbeeld in de Zwarte Piet discussie die afgelopen decennium iedereen dwong tot het innemen van een positie.

De online cultuuroorlog

Voor de meeste Nederlanders is de cultuuroorlog voornamelijk zichtbaar online. Op sociale media nemen actiegroepen, journalisten, opiniemakers en politici duidelijke stellingnames in. Van toekijkers wordt niet verwacht dat zij actief deelnemen aan de debatten. 

Dat wordt anders als ‘offline’ er een keuze gevraagd wordt. Voed je jouw kind genderneutraal op? Kan Zwarte Piet nog bij de traditionele intocht aanwezig zijn? In hoeverre bepalen culturele standpunten de stemkeuze bij verkiezingen?

Zwarte Piet wel of niet opnemen in de uitleencollectie?

Bibliotheken halen boeken met Zwarte Piet van de plank. Volgens de koepeldirecteur valt dat goed uit te leggen: “er zijn in de loop van de tijd talrijke boeken weggehaald omdat ze ‘in strijd met de goede zeden’ waren. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de kinderboeken waarin de bevolking van Nederlands-Indië als patjakkers werd weggezet. Ook Zwarte Piet is, wat mij betreft, in strijd met de goede zeden.”

Het begrip “in strijd met de goede zeden” komt uit het recht en doet vermoeden dat de koepeldirecteur kiest voor een juridische benadering van de disucssie. Het is een zogenaamde open norm die flexibel ingevuld wordt zodat haar inhoud zich kan aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij.  In de praktijk vinden juristen het heel erg moeilijk om de norm in te vullen, want wie mag dat bepalen?

Feitelijk is de invulling van die open norm waar de cultuuroorlog zich opricht. Activisten van beide kampen doen hun uiterste best om de invulling hun kant op te bewegen. Bibliotheken die meegaan met het verhitte debat nemen onbewust of bewust positie in binnen die strijd. De keuze om Zwarte Piet te verbannen of te behouden zal uitgelegd worden als een overwinning van één van beide kampen.

Controversiële kinderboeken

Al sinds oudsher wordt er propaganda of ideologische overtuigingen verspreid via kinderboeken. Begin 2020 kwam de verkoop van “Der Giftpilz” via internetboekhandels al bol.com in opspraak. Dit boek – geschreven door een veroordeelde nazi – is een extreem voorbeeld van hoe men tracht kinderen te beïnvloeden. De antisemitische inhoud is mogelijk strafbaar en verspreiding ervan wordt door velen als onwenselijk beschouwd. De verkoop ervan leverde een verhit en emotioneel debat op. (Kinderboek met giftige inhoud uitverkocht bij bol.com )

Kinderboeken staan doorgaans bekend om hun educatief karakter en verantwoorde inhoud. Het kan voorkomen dat de auteur van het boek een boodschap probeert te brengen die controversieel is of die gebaseerd is op verouderde denkbeelden of inzichten. 

Bron: wikipedia.

De rol van bibliotheken in het publieke bestel

In 2017 ontstond er ophef vanwege een boek van kinderboekenschrijfster Sanne de Bakker. In de editie van “Suriname here we come” die te leen was bij diverse bibliotheken waren teksten te vinden die lezers tegen de borst stuitten. Eerder was Sanne de Bakker in opspraak gekomen vanwege haar boek “Sinterklaas zonder baard” waar de auteurs nadrukkelijk gekozen hadden voor “de traditionele Zwarte Piet”.

Boek over Suriname

In het boek stonden meerdere ‘schokkende’ teksten over Suriname en haar inwoners. Waaronder de opmerking dat het in Suriname heel normaal is om vreemd te gaan. Via social media ontstonden er acties tegen de auteur en tegen bibliotheken waar het boek te leen was. 

Door aanhoudende druk van activisten en ouders koos de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) er al snel voor het boek uit de uitleencollectie te halen. Martin Bosma van de PVV stelde daar vervolgens Kamervragen over. Hij vroeg aan de minister of zij de mening deelde dat onze cultuur geweld wordt aangedaan als boeken uit bibliotheken worden verwijderd omdat mensen er aanstoot aan nemen. Het was voor de behandeld ambtenaar bij OCW meteen duidelijk dat deze vragen een zeer fundamenteel vraagstuk raakten en het antwoord behelst enkele fundamentele opmerkingen over de rol van de openbare bibliotheek als publiek instituut in het maatschappelijk bestel.

De kern van het antwoord is dat de Bibliotheekwet regelt dat de openbare bibliotheek zijn belangrijke maatschappelijk functie vervult vanuit een aantal publieke waarden: onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit. De collecties van de Nederlandse openbare bibliotheken zijn pluriform en weerspiegelen het brede scala aan maatschappelijke opvattingen. De openbare bibliotheken dragen daarmee bij aan de ontwikkeling en uitwisseling van ideeën. Het feit dat personen of groepen aanstoot kunnen nemen aan de inhoud van een publicatie, vormt geen reden de publicatie niet in de collectie op te nemen.

De OBA heeft het betreffende boek na een weging van de geuite bezwaren aan de publieke waarden verwijderd uit de uitleencollectie. Een openbare bibliotheek heeft de vrijheid dit te doen. Het collectiebeleid behoort tot de verantwoordelijkheid van de bibliotheek en niet van de overheid. De bibliotheek voert deze taak in onafhankelijkheid uit.

Invloed van de politiek

De beslissing om Zwarte Piet te verbannen heeft zoals verwacht de aandacht getrokken van de politiek. Een (verworpen) motie in de provincie Utrecht stipt een belangrijk aspect aan. 

Conform artikel 6 en 8 Wsob (Bibliotheekwet) heeft het provinciebestuur een gedeelde verantwoordelijk om te bevorderen dat een bibliotheek zich aan in de wet genoemde verplichtingen houdt. Als het gaat om de collectie moet een bibliotheek zich houden aan de in wet genoemde collectieplan. 

Het verwijderen van specifieke boeken hoeft niet in strijd te zijn met dat collectieplan. Het door bibliotheken zelf opgestelde collectieplan biedt daar de ruimte voor. De in de wet genoemde waarde van ‘onafhankelijkheid’ beperkt de rol van de (financierende) overheid om verdere invloed uit te oefenen. 

Kan een regionale of lokale overheid de wens uitspreken dat een bibliotheek “een vrijplaats blijft waar elk boek met welke visie etc, mening of politieke kleur dan ook beschikbaar moet zijn?”. Dat kan altijd. Maar een bibliotheek heeft geen wettelijke verplichting om “elk boek” in de uitleencollectie op te nemen. Daarnaast verzette wettelijke en praktische argumenten zich tegen de wens. Zie o.a de ophef over Der Giftpilz en het gegeven dat er slechts beperkt ruimte is in de bibliotheek dus er altijd keuzes gemaakt moeten worden.

Wat te doen met maatschappelijk discussies over (kinder)boeken?

Voor de behandeld ambtenaar en bibliothecarissen was dit aanleiding om met elkaar de discussie aan te gaan over de bijzondere positie van de bibliotheek in het publieke bestel. De ambtenaar raadt bibliotheken aan om geen speelbal te worden van het verhitte politieke debat, keuzes zelf te maken op grond van de publieke waarden en de keuzes goed te verantwoorden.

Het in – relatieve – stilte verwijderen van kinderboeken met Zwarte Piet erin staat haaks op dit advies. Hiermee kiezen bibliotheken nadrukkelijk partij in de cultuuroorlog, laten zij het na hun keuze nadrukkelijk te verantwoorden en doen zij geen recht aan de pluriformiteit die op dit moment nog aantoonbaar aanwezig is in de samenleving. 

Gezien de (emotionele) beladenheid van de discussie is deze aanpak zeer onverstandig. Extra problematisch is dat de financiering – door bezuinigingen – van de bibliotheken momenteel onder druk staat. Het benadrukken van de toegevoegde waarde van bibliotheken is essentieel geworden voor de toekomst van veel vestigingen. Door de discussie te politiseren maken bibliotheken zich kwetsbaar voor politieke oordelen. 

Cultuurwethouders kunnen met één streep het lot van vestigingen bezegelen. De onafhankelijkheid van de bibliotheken komt daardoor direct in het geding. Het is belangrijker dan ooit dat bibliotheken aantonen een heldere visie te hebben op de door wet opgedragen taakopvatting. 

De cultuuroorlog kent doorgaans alleen maar slachtoffers en nauwelijks winnaars. Een inzicht waar bibliotheken juist nu de waarde van zouden moeten inzien.

Conclusie

De cultuuroorlog splijt samenlevingen wanneer vraagstukken over wat wel en niet is toegestaan concreet worden. Bibliotheken baseren zich op open juridische normen om een keuze binnen de cultuuroorlog te rechtvaardigen. De bijzondere positie van de bibliotheken vereist dat bibliotheken hun keuzes weloverwogen en onafhankelijk nemen en goed verantwoorden.

In de kwestie met het verwijderen van Zwarte Piet lijkt het erop dat de bibliotheken onvoldoende dit advies ter harte hebben genomen. Dit blijkt onder meer uit de keuze om de boeken in stilte te verwijderen en de stelligheid waarmee de directeur van de vereniging bibliotheken de keuze verdedigt. De bibliotheek is daarmee meegegaan in de cultuuroorlog en – ongewenst – de frontlinie geworden. Een strijd die geen winnaars kent.

Krijg jij mijn nieuwsbrief al?

Geen reclame! Wel interessante updates, artikelen en tips.


    Laurent Staartjes

    Amsterdammer. Socioloog. Bestuursrechtjurist. Gek op koken, squashen en musea. Ik blog over lokale politiek, staatsrecht en de kunst van verhalen vertellen. 

    Volg mij op Twitter of lees meer over mij.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *