Waarom de cancelcultuur een bedreiging voor de democratie is

Internet met een mening was in rep en roer. Niet in de laatste plaats omdat het over haarzelf ging. Het digitale manifest “De vrije mening” trok in korte tijd duizenden handtekeningen. Het manifest roept op om pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting en ons het grondrecht niet laten afnemen door een kleine groep intoleranten. 

Het manifest kan op forse kritiek rekenen: 

(A) De open brief is eenrichtingsverkeer en een gemiste kans.

(B) De brief is voornamelijk ondertekend door mensen uit de conservatieve hoek.

(C) De brief gaat over grondrechten maar bedoelt eigenlijk iets anders.

Die kritiek is grotendeels terecht. Het manifest is slordig geformuleerd. Het spreekt van een aantasting van een grondrecht, maar lijkt zich eigenlijk te richten op de door progressieve krachten uit Amerika overgenomen ‘cancel culture’.

Is die ‘cancel culture’ echt zo erg of een smoes van conservatieven om racistische dingen te mogen zeggen? In deze blog laat ik zien waarom de cancel culture echt een bedreiging vormt voor onze democratische waarden.

De kritiek van de NRC

Tijdelijke columnist van de NRC (die één van de ondertekenaars van het manifest vervangt) Kiza Magendane noemt de ondertekenaars “Valse slachtoffers van de cancel culture”. Hij verwijt het een afleidingsmanoeuvre te zijn om het niet over honger in andere landen te hebben.

Zijn kritiek is typerend. Een beroep op “freedom of speech” uit de conservatieve hoek wordt vaak gezien als (1) een excuus om hate speech te verspreiden (2) een excuus om het niet te hoeven hebben over sociale ongelijkheid. Zie ook de blog van Merijn Oudenampsen (Over het taboe en het vrije woord) hierover. 

Tegelijkertijd vult Kiza zijn column met een klassieke drogredenering. Activisten die opkomen voor onderwerpen die niet mainstream (of zelfs taboe..) zijn hebben juist belang bij een gezonde debatcultuur. Het één sluit het andere niet uit en vormt daar dus ook geen tegenwerping voor. 

De bijdrage van René Koekkoek in de NRC is interessanter en richt zich op wat vrijheid van meningsuiting is. Volgens hem gaat de afrekencultuur over veranderende mores. De vrijheid van meningsuiting is niet in het geding.

Een illustratie van dat argument is te vinden in het volgende (bekende) stripje:


Koekkoek heeft gelijk. Het is echter evident dat de opstellers van de brief niet doelden op overheidsoptreden. 

In een cancelcultuur gaat het niet om of je moet vrezen voor vervolging door de overheid, maar of je werkelijk vrij bent om je gedachten uit te spreken. Een cultuur van politieke correctheid kan het belemmeren dat mensen hun gedachten uiten. Wat niet wil betekenen dat deze gedachten wel degelijk leven en er ook actief naar gehandeld wordt. 

Niemand kan het recht claimen om zijn koekwaustheorieën op een groot podium ten gehore te brengen. Het omgekeerde is echter ook waar: in een goed functionerende democratie hoeven we niet koste wat het kost platformen waar koekwaustheorieën verkondigd worden neer te halen. 

Een cancelcultuur beoogt dat juist wel te doen. En het is belangrijk om daar tegen in het geweer te komen.

Het maatschappelijk belang van ‘deplatformen’ 

Mensen een podium weigeren heeft ontegenzeggelijk ook een maatschappelijk nut. Opvattingen die antidemocratisch en antirechtstatelijk zijn of gebaseerd zijn op gevaarlijke, onwetenschappelijke inzichten worden op die manier van geweerd. Dat voorkomt dat kwakzalvers, oorlogshitser en opruiers hun doelgroep bereiken. Met het oog op de openbare orde is dat essentieel.

Belangrijk is dat de overheid als enige die rol vervult omdat er tegen besluiten van de overheid rechtsbescherming openstaat. 

Het gevaar dat wij zien is de truc om deelnemers uit het publieke debat de extreme hoek in te drukken. Bijvoorbeeld zo:

De angst voor de opvattingen van de ander kan zo diep gegrond zijn dat wij bij het minst of geringste al grijpen naar de nucleaire optie. Via lastercampagnes de ander voldoende beschadigen dat niemand meer met die persoon geassocieerd wil of kan worden.

Er staat geen rechtsbescherming open tegen dergelijke campagnes. In theorie zou je aangifte kunnen doen van laster en smaad. In de praktijk is de schade al gedaan. 

Belangrijk is dat de vrijheid van meningsuiting niet onbeperkt is! Racisme, laster en opruiing is bijvoorbeeld strafbaar. Opkomen voor de mogelijkheid om jouw mening te uiten is niet hetzelfde als vinden dat alles mag. 

Weinig mensen komen ongeschonden uit de politieke arena

Deelname aan het publieke debat kent traditiegetrouw een zeer groot afbreukrisico. Het pakken van een podium om een opvatting of een boodschap te verkondigen kan verandering te weeg brengen, maar dat gaat in veel gevallen gepaard met een hoge prijs. Mensen die een wezenlijke verandering beogen (of ze conservatief of progressief zijn) moeten rekening houden met deze kosten.

If you can’t take the heat stay out of the kitchen? Dat geldt voor professionele ‘opiniemakers’ zeker aangezien weerbaarheid een harde vereiste is. Maar het gevolg daarvan is dat het publieke debat gevoerd wordt door een select groepje opiniemakers. De reden waarom we elke dag Jort Kelder bij OP1 zien zitten in plaats van een wetenschapper.

Het uitsluiten van doorsnee burgers door aan deelname aan het publieke debat buitenproportionele hoge kosten en risico’s te verbinden is onwenselijk met het oog op het democratisch gehalte van onze samenleving. In het bijzonder omdat de kosten door minderheidsgroeperingen en mensen die daadwerkelijk wat te verliezen hebben relatief gezien hoger is dan voor mensen die in position of power zitten of al volledig geradicaliseerd zijn.

Democratie is niet voor bange mensen

In mei 1968 was er een studentenoproer in Parijs. Toen een Kamerlid van de Boerenpartij ter ore kwam dat studentenleider Daniel Cohn-Bendit Nederland wilde bezoeken, vroeg hij de minister van justitie of ‘deze vreemdeling’ met een ‘anarchistisch en revolutionair standpunt’ de toegang tot ons land kon worden ontzegd. 

Justitieminister Carel Polak antwoordde toen: ‘De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn.’ (Trouw).

Deze beroemde uitspraak raakt de kern van het maatschappelijk belang waarom de vrijheid van meningsuiting verder reikt dan alleen afzien van overheidsinterventies. Het gaat ook om de opvattingen van de ander onder ogen durven te zien.

We mogen blij zijn dat dit toen aan de minister is gevraagd. Zouden maatschappelijke groeperingen hebben bepaald of de studentenleider welkom was dan was dat voor de democratie een minder goede dag geweest.

De paradox van het cancelen

Campagnevoeren tegen platforms of opiniemakers die ‘foute meningen’ verkondigen (conservatief of progressief) kan eveneens een Pyrrusoverwinning opleveren.

 

Een klassiek voorbeeld daarvan vinden we in het oude Rome. Ovidius zou verbannen zijn door Keizer Augustus naar Tomis vanwege zijn dichtwerken. Er zijn talloze aanwijzingen dat hij zijn verbanning in scene had gezet om zo in de belangstelling te blijven. Hij bleef daardoor het gesprek van de dag onder de elite in Rome. De verboden vrucht smaakt het best.

Uit de gratie vallen maar toch in de spotlights blijven staan

In Nederland viel de progressieve hoogleraar Ewald Engelen (tijdelijk) een gelijksoortig lot. In 2014 beging hij een “faux pas” door in zijn publicatie een “schaduwelite lijstje op te nemen”. Een complottheoretici-achtig lijstje dat zijn reputatie weinig goeds deed. Hij kreeg de ganse Nederlandse media overzicht heen en was even tot ‘persona non grata’ verklaard. In 2015 blikt hij terug op die periode in een emotioneel interview:

Was Engelen echt monddood gemaakt? Kan je iemand monddood maken door hem een podium te geven in de Wereld Draait Door? 

Controversiële uitspraken doen is een beproefde methode om de aandacht op jouw gericht te krijgen. Personen die de (negatieve) consequenties kunnen dragen, kunnen daarmee de aandacht binnen het publieke debat opeisen. 

Johan Derksen is gecanceld… Nadat hij een afscheidsaflevering had met 1.7 miljoen kijkers (!!). 

Dat geldt alleen voor de mensen die al een positie hebben verworven. Een bekende dichter, politicus of een hoogleraar. Een jonge promovendus, activist of startende politicus is – vanwege zijn of haar zichtbaarheid – vatbaar om gewieberd te worden maar niet om zich daar tegen te verweren. De cancelcultuur raakt voornamelijk de zwakkeren. Niet de gevestigden. 

Conclusie

Als het gaat om ‘de vrijheid van meningsuiting’ dan gaat het niet om de juridische maar om de culturele dimensie. Het kan aanlokkelijk lijken om de cancelcultuur actief te stimuleren om via die hoek macht uit te oefenen om mensen met ‘abjecte’ meningen het leven zuur te maken. 

Vanuit democratisch perspectief is dat schadelijk. De keerzijde van de medaille is dat minderheden die taboes willen doorbreken ook geconfronteerd worden met diezelfde cultuur. Macht uitoefenen door mensen het woord te ontnemen keert zich uiteindelijk altijd tegen degenen die dergelijke macht begeren. 

Tegelijkertijd kan de cancelcultuur averechts werken. Radicale en controversiële meningen worden er niet door geremd. Door iets te willen verbieden verkrijgt het juist meer aanzien.

 

 

De vrijheid van meningsuiting

Vind je dit onderwerp interessant? Afgelopen jaren heb ik veelvuldig geblogd over het belang en de complexiteit van de vrijheid van meningsuiting in onze samenleving. 

Zie onder meer: 

Er is behoefte aan minder nuance in het debat

Onze democratische gemeenschap: wat durven wij te tolereren?

Hoe onbedoeld een monster wordt gecreëerd.

In het bijzonder ben ik geïnteresseerd in welke rol gemeenten kunnen of moeten spelen om een levendig, democratisch debat te waarborgen. En welke rol het maatschappelijk middenveld heeft om het debat mogelijk te maken.

 

 

Afbeelding: Salman Rushdie no Fronteiras Braskem do Pensamento 2014

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *