Hoe burgemeesters naar het lokale bestuur kijken

De lokale democratie heeft betere tijden gekend. Dat beeld doemt op uit het vorige week gepubliceerde “Lokale democratie op zoek naar zichzelf”.  Een bundel waarin veertien burgemeesters en zeven hoofdredacteuren van regionale kranten zich in afzonderlijke interviews en essays uit spreken over de conditie van het Nederlands lokaal bestuur.

Pessimisme wordt afgewisseld met optimisme. Alles overziend zijn burgemeesters zelfs tevreden. Maar er zijn diverse punten van zorg waardoor er wel werk aan de winkel is.

Op het lokale niveau zit er natuurlijk ook vaak een soort ‘democratisch gat’ met betrekking tot de positie van de gemeente richting woningbouwcorporaties, ziekenhuizen, bedrijventerreinen, noem het maar op. Het is als gemeente vaak lastig om daar echt invloed op te hebben

Jan Hamming (burgemeester Zaandam)

Geen consensus over de oplossing

De samenstellers van de bundel concluderen dat er geen heldere, breed gedragen consensus over de oplossingsrichting voor de vernieuwing en versterking van de lokale democratie bestaat. Burgemeesters lijken wisselend te denken over de noodzaak tot vernieuwing. Een aantal burgemeesters wijzen erop dat de vernieuwing gezocht moet worden in het versterken van de regionale samenwerkingsverbanden en de gebrekkige democratische controle op dat niveau.

Veel burgemeesters hebben hoge(re) verwachtingen van ‘kernen-democratie’, burgerparticipatie en verandering van onderaf. Er wordt veel gesproken over de worsteling die dergelijke veranderingen met zich meebrengen.

“Ik geef het je te doen hoor, als je raadslid bent: je hebt een fulltime functie in bijvoorbeeld de verzekeringswereld, en dan krijg je ineens de verantwoordelijkheid om het college kaders mee te geven, dan wel te controleren en te zeggen hoe we het moeten gaan doen met de jeugdzorg. Dat is nogal wat.”

Liesbeth Spies (burgemeester Alphen aan de Rijn)

De zware opgave voor raadsleden

De bundel wordt pas echt interessant als je een beetje tussen de regels doorleest. Hierbij valt met name de manier op hoe er gesproken wordt over het functioneren van de gemeenteraad. Burgemeesters vinden dat de werkdruk voor raadsleden erg hoog is. Tegelijkertijd zijn er vragen of de gemeenteraad wel de juiste talenten aantrekken en of raadsleden voldoende in hun eigen functioneren investeren.

Diverse burgemeesters nemen zelf initiatief om heisessies en trainingsdagen te organiseren. De burgemeester van Oss geeft aan zelf nieuwe raadsleden te werven, soms door mensen letterlijk achter de kinderwagen vandaan te trekken om ze te enthousiasmeren voor de politiek. Een zeer uitzonderlijke manier van werken die ook veel vragen oproept.

Wat ik mij weleens bezorgd afvraag is of wij qua scouting en rekrutering er nog wel voor zorgen dat de aristoi, de allerbeste mensen, hun tijd en energie in de publieke zaak steken? En wat betekent het dat er voor de 20.000 ambten die er in de lokale democratie te vergeven zijn ook ongeveer evenveel burgers politiek actief zijn?

Pieter Verhoeve (burgemeester Oudewater)

Ongemak over burgerparticipatie

Er bestaat een groot ongemak over burgerparticipatie, wat dat precies is en wie daar verantwoordelijk voor is. Volgens artikel 170 Gemeentewet ligt die verantwoordelijkheid bij de burgemeester, maar meerdere burgemeesters beschouwen het hele gemeentebestuur als verantwoordelijk. De burgemeester van Zaandam wijst erop dat de gemeenteraad een werkgroep heeft (“Echte Burgerparticipatie’). Instrumenten zoals Right To Challenge en burgerbegrotingen zijn nog een stap te ver.

De gemeente Maastricht heeft die wel al, maar zegt de burgemeester daar: “we hebben hier drie jaar geleden ook dat zogenoemde ‘Right to Challenge’ mogelijk gemaakt, maar nog nooit heeft iemand daar gebruik van gemaakt. In die termen over burgerparticipatie praten is ook al gauw inhoudsloos.” De burgemeester van Woudenberg geeft aan dat in haar gemeente al decennia een stichting bestaat die een sportveld beheert.

De positie van de gemeenteraad

Burgemeesters maken zich om verschillende redenen zorgen over de rol en de positie van de raad. De burgemeester van Oudewater wijst (in een uitstekend interview) op het gevaar dat de raad als een stempelmachine voor ambtelijke documenten gaat fungeren. Gemeenteraden zijn erg gericht op de documenten die van het stadshuis afkomen zonder dat ze wezenlijke veranderingen of eigen initiatieven kunnen bewerkstelligen.

In verschillende gemeenten wordt veelvuldig geëxperimenteerd met projecten als “Raad-Op-Pad” waarbij raadsleden werkbezoeken afleggen of de discussie naar de wijk toe brengen. Burgemeesters zien daarvan ook de gevaren. Raadsleden (maar ook wethouders) zijn dan geneigd ‘in campagnestand’ te komen en toezeggingen doen die de gemeente niet kan nakomen.

Ik ben van mening dat de maat en schaal van de opgaven leidend moeten zijn voor de vormgeving van het lokale bestuur. Wijk- en dorpsraden voor de alledaagse zaken rondom het huis, en gemeenten voor regie, budget en de grote sociale en duurzaamheidsopgaven.
We zullen het samen moeten doen voor alle burgers, dat blijft het uitgangspunt.

Wobine Buijs-Glaudemans (burgemeester van Oss)

De deuren van het gemeentehuis opengooien

De bijdrage van de burgemeester van Raalte maakt de meeste indruk als het gaat om vernieuwende manier werken. Raalte was als ‘probleemgemeente’ (tien jaar lang geen nieuwe burgemeester) gedwongen om stevig te innoveren. De komst van een mogelijk AZC (die uiteindelijk niet kwam) zette de verhoudingen in Raalte volledig op scherp.

Raalte hanteerde een vernieuwende aanpak en lijkt één van de weinige gemeentes te zijn waar ‘de van binnen naar buiten’ aanpak ook tot echte verandering heeft geleid. Hierbij speelde de grote rol van de communicatieafdeling een belangrijke rol. In een omgeving die voornamelijk juridisch en financieel gedreven is.

Conclusies

Gaat het goed met de lokale democratie? De voornaamste zorgen zitten hem bij de rol van de gemeenteraad. Door dualisering, decentralisaties en regionalisering is die onder druk komen te staan. Burgemeester Hamming van gemeente Zaandam zegt het als volgt: “Ik zie een goede invulling van de rol van de gemeenteraad daarom ook als een gezamenlijke zoektocht die tijd nodig heeft.” Het benadrukken van het woord ‘gezamenlijk’ valt op. Tussen de regels door lijken burgemeesters er (sterke) twijfels over te hebben of raadsleden zelfstandig in staat zijn die zoektocht tot een goed einde te brengen.

De bundel geeft een mooi overzicht van wat er landelijk speelt binnen het lokaal bestuur. Het geeft het beeld dat er ook nog veel werk aan de winkel is. Een gedeelde visie op hoe het verder moet ontbreekt, maar dat er iets gedaan moet worden staat vast.

Featured image: het borstbeeld van Swiebertje. Door Onderwijsgek at nl.wikipedia, CC BY-SA 2.5 nl,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *