Moet de burgemeester verantwoording afleggen aan de Kamer?

Maandag 1 juni ging het mis in Amsterdam. Een demonstratie op de Dam trok meer mensen dan burgemeester Halsema voorzien had. Door de beperkte ruimte op de Dam konden de aanwezigen daardoor de vereiste 1.5 meter niet meer aanhouden. Uit angst voor ‘relletjes en gedoe’ koos burgemeester Halsema ervoor om de demonstratie niet stil te leggen maar door te laten gaan. Experts wijzen erop dat er hierdoor mogelijkerwijs een “superspread” evenement heeft plaatsgevonden in Amsterdam met mogelijke grote gevolgen voor de volksgezondheid.

Het optreden van Halsema kan rekenen op zeer stevige kritiek. In een brief naar de gemeenteraad van Amsterdam bevestigt burgemeester Halsema dat de grote hoeveelheid mensen ‘niet goed was’. De vraag die nu speelt is wie zich moet verantwoorden en aan wie de verantwoording moet worden afgelegd. Is deze mislukking een puur lokale of deels ook landelijke aangelegenheid?

De rol van de minister

In de brief die Halsema naar de gemeenteraad stuurde staat dat de keuze om niet te ontbinden genomen is met goedkeuring van de minister. De minister is door de Kamer daarop aangesproken en heeft na aandringen van Kamerlid Wilders (PVV) de correspondentie geopenbaard met de volgende begeleidende tekst:

Zoals ik tijdens het mondelinge vragenuur al heb aangegeven, moet bijgaande correspondentie worden bezien in het licht van de staatsrechtelijke context. Het in goede banen leiden van demonstraties is op grond van de Wet openbare manifestaties geen bevoegdheid van de minister van Justitie en Veiligheid, maar van het lokale gezag (de burgemeester, dan wel de voorzitter van een veiligheidsregio). Het lokale gezag dient zich actief op te stellen om de in artikel 9 van de Grondwet verankerde vrijheid van betoging te faciliteren, zodat dit grondrecht zo goed mogelijk kan worden uitgeoefend. Het lokale gezag maakt een inschatting van een mogelijke demonstratie of manifestatie. Daarbij worden de mogelijkheden en onmogelijkheden ter plaatse betrokken en worden zo nodig voorschriften en beperkingen gegeven ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. In de praktijk maakt het lokale gezag daarbij afspraken met politie en openbaar ministerie in de driehoek. Het zal er ook van afhangen hoe een situatie zich ontwikkelt of en hoe het lokale gezag de bevoegdheden gebruikt. Over de uitoefening van al deze bevoegdheden wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad. 

 

Tijdens de behandeling in de Kamer is de minister eveneens stellig. Halsema moet aan de gemeenteraad verantwoording afleggen. De minister heeft alleen vrijblijvend geadviseerd. Er was geen sprake van ruggespraak en de minister gaat niet over de uitvoering van de bevoegdheden van de burgemeester. Pas als na het debat daar behoefte aan blijkt kan er (op verzoek van de commissaris van de Koning) geëscaleerd worden naar de Tweede Kamer.

Kamerlid Van der Staaij (SGP) twijfelt daaraan. Heeft de minister niet ook een verantwoordelijkheid in deze kwestie? Was het niet de afdeling Advisering van de Raad van State die aan de Kamer uitlegde dat in het geval van het handhaven van de noodverordeningen er een gebrek aan democratische controle is op lokaal niveau? (zie daarvoor ook mijn vorige blog). Zijn opmerking over de rol en de verantwoordelijk van de minister kan op instemming rekenen van hoogleraar Staats- en bestuursrecht Wim Voermans:

Een ingewikkelde kwestie

Wat deze kwestie in staatsrechtelijk opzicht ingewikkeld maakt is dat in dit geval de COVID-19 noodverordening Amsterdam-Amstelland (uitgevaardigd door voorzitter van de veiligheidsregio Halsema) is geschonden. Het gaat niet alleen om de uitoefening van de burgemeester bevoegdheden, maar ook om het waarborgen van de volksgezondheid. Niet de burgemeester van de betreffende gemeente maar de voorzitter van de veiligheidsregio Halsema en de minister van Justitie en Veiligheid zijn daarvoor verantwoordelijk.

Burgemeester Halsema vergroot de verwarring nog meer. Haar aan de Amsterdamse gemeenteraad gerichte brief is  opgesteld op briefpapier van de veiligheidsregio en wordt – tot overmaat van ramp – ondertekend door de “Voorzitter Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland”. Het is dus niet het ‘lokale gezag’ dat op dat moment verantwoording aflegt aan haar eigen raad, maar de voorzitter van de veiligheidsregio die één van de gemeenteraden binnen haar regio aanschrijft.

Burgemeester Bruls

Nooit te beroerd om extra olie op het vuur te gooien mengt ook burgemeester Bruls van Nijmegen (Gelderlander: ‘Bruls schrikt van app discussie’) zich in de discussie. Hij is daarnaast ook voorzitter van zijn veiligheidsregio en tevens voorzitter van het Veiligheidsberaad: 

,,En wat de minister er ook van vindt. Je moet toch zelf als burgemeester het besluit nemen om toestemming te verlenen. Dat is echt een driehoeks-ding. Iedereen, ook de minister, mag er wat van vinden. De burgemeester legt verantwoording af aan de gemeenteraad. Dat is wat collega Halsema ook in Amsterdam gaat doen.”

,,We moeten even terug naar af. Anders wordt het wel lastig werken voor een burgemeester. Als je aan iedereen verantwoording moet gaan afleggen. Dan zou ik graag willen horen of de Tweede Kamer nu ook mijn baas is geworden. Want dat heb ik niet in mijn benoemingsbesluit door de Koning gelezen.” 

 

Koninklijk besluit

Een interessante uitspraak. Want over welk benoemingsbesluit heeft Bruls het? Zijn aanstelling als burgemeester van Nijmegen verliep per Koninklijk Besluit maar zijn aanstelling als voorzitter van de Veiligheidsregio ook. 

Als burgemeester van Nijmegen legt hij inderdaad verantwoording af aan zijn gemeenteraad. Maar als voorzitter van de Veiligheidsregio legt hij verantwoording af aan de minister. Via het getrapte systeem kan het inderdaad zijn dat de Tweede Kamer hem dan aanspreekt. 

Als het gaat om het beschermen van de volksgezondheid van alle Nederlanders dan is de Tweede Kamer inderdaad zijn baas.

Wat kan de Kamer doen?

De SGP heeft de volgende motie voorbereid:

 

Een motie die m.i de ingewikkelde situatie uitstekend samenvat. Burgemeester Halsema zal inderdaad verantwoording moeten afleggen aan de Amsterdamse gemeenteraad maar de minister is daarmee niet ontslagen van zijn eigen verantwoordelijkheden. Mocht na het overleg met de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland – met hoor en wederhoor – daar aanleiding voor zijn dan zal de minister in moeten grijpen om herhalingen te voorkomen. Mogelijkerwijs zelfs door de voorzitter van de veiligheidsregio te vervangen. 

De gemeenteraad van Amsterdam moet tegelijkertijd er ook scherp op zijn dat burgemeester Halsema de verantwoordelijk niet afschuift op de minister of zich verbergt achter haar positie van voorzitter van de veiligheidsregio.

Deze kwestie roept natuurlijk niet alleen staatsrechtelijke vragen op. De ontstane beeldvorming kan ook grote gevolgen hebben voor de maatregelen. Het is aannemelijk dat de beelden van de duizenden mensen op de Dam het draagvlak voor de noodzakelijke Coronamaatregelen definitief heeft ondermijnd. En zoals ik in een eerdere blog ook al zei: zonder draagvlak zijn de maatregelen niet te handhaven. Wat er op Tweede Pinksterdag in Amsterdam gebeurd is kan nog grote gevolgen hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *