Laurent Staartjes

Public Policy Insight Professional

Er is behoefte aan minder nuance in het debat

Posted on

Daan Roovers is filosofe en de nieuwe Denker des Vaderlands. Zij is bekend vanwege haar werk rondom de vrijheid van meningsuiting (“wij gebruiken de vrijheid van meningsuiting verkeerd”) en het publieke debat.

In een interview met de Folia zegt ze daar het volgende over:

“Er wordt veel gekletst in de publieke ruimte, maar daarin horen we vooral de extreme meningen. Als we vervolgens voor- en tegenstanders aan het woord laten, zijn dat alsnog de mensen die een heftige mening hebben. Het gematigde midden hoor je niet. Juist die variatie wil ik terugzien, die nuance.”

Genuanceerde, redelijke en goed onderbouwde meningen. Hoeveel mensen zouden daar tegenstander van zijn? Maar wat Roovers stelt klopt: merkwaardig genoeg zijn het in de publieke ruimte toch echt Robert Jensen en Peter R de Vries die het landschap bepalen. Zie bijvoorbeeld:

Robert Jensen vindt Peter R de Vries extreemlinks en niet voor rede vatbaar. (Mediacourant)

Waarom horen we juist die genuanceerde meningen zo weinig? Waarom domineert het gematigde midden niet elk gesprek? Waarom zijn het de schreeuwers met extreme opvattingen die de kranten wel halen? Je zou denken dat de groep mensen die behoefte heeft aan een genuanceerd en redelijk geluid gigantisch moet zijn.

Niet alleen filosofen breken het hoofd over bovenstaande vragen.. Voor marketeers vormt dat feitelijk de kern van hun werkzaamheden. En juist uit die hoek komt er een heel goed antwoord!

Ideeën die verspreiden, winnen

De godfather van de marketing, Seth Godin geeft antwoord op de vraag waarom de best onderbouwde ideeën niet altijd winnen in zijn werk “Purple Cow’ en meer recent ook in “This is Marketing”. Ideeën die opmerkelijk zijn worden overgenomen en verspreid. Het tegenovergestelde van “opmerkelijk” is volgens Godin niet “slecht” of “middelmatig” maar juist “heel erg goed”.

En dat is precies waar de schoen wringt. In ‘the free marketplace of ideas’ zijn het dus niet altijd de goede ideeën die het meest verspreid worden. Het zijn de meest opmerkelijke ideeën. In heel veel gevallen zijn dat ook goede ideeën, maar dat hoeft zeker niet zo te zijn!

Voldoen aan de verwachtingen is niet bijzonder, maar juist saai en gebruikelijk. Een proefschrift dat van hoge kwaliteit is en op zeer gedegen en genuanceerde wijze een probleem van meerdere kanten analyseert zal niet snel de kranten halen. Het voldoet net als alle andere proefschriften aan de hoge eisen die de wetenschap stelt. Dat maakt het niet opmerkelijk maar zelfs doorsnee.

Slecht kan ook heel opmerkelijk zijn

Paradoxaal genoeg zal een proefschrift dat niet aan de verwachtingen voldoet (en daarmee een relletje creëert) breed uitgemeten worden in de landelijke pers. Bijvoorbeeld die over salafisme. Is dat niet ironisch? De bevindingen uit een proefschrift met onvoldoende onderbouwing bereiken een groter publiek dan die van een die wel voldoende onderbouwd is.

Hoe beter het verhaal is dichtgetimmerd met onderbouwing, nuances, cijfertjes en grafiekjes, hoe kleiner de kans is dat dit verhaal de interesse wekt van het grote publiek. Als je dat verhaal vertelt op een feestje ben je nou eenmaal een vervelende betweter en niet het bruisend middelpunt van de avond.

De aandacht durven trekken

Verhalen die de grenzen opzoeken, dingen stellen waar mensen rode oortjes van schaamte krijgen en hard tegen heilige huisjes of taboes aantrappen bereiken uiteindelijk veel meer mensen. Heftige en extreme opvattingen genieten snel de voorkeur boven genuanceerde en gematigde zienswijzen. Gure en ongefundeerde roddels, sappige anekdotes en spannende over-the-top verhalen trekken de aandacht op feestjes wel.

Bovenstaande zal veel mensen bekend voorkomen en daarom zullen mensen er ook op wijzen dat dit nou precies het hele probleem is. Maar is dat echt zo? Als we weten dat het zo werkt, kunnen wij die kennis dan niet in ons voordeel gebruiken? Waarom doen we dat dan niet?

Prikkelen en provoceren vereist een boel lef

Reputatie komt te voet en gaat te paard. Een uitglijder kan een individu maanden en soms zelfs vele jaren nagedragen worden. Een foute grap, een te stellige mening of een kwetsende opmerking die de verkeerde persoon boos heeft gemaakt. Carrières sneuvelen er door. Het eerder genoemde proefschrift heeft door alle commotie zowel de reputatie van de promovendus als die van de copromotor bezoedeld.

Slecht onderbouwde, heftige uitspraken doen kan de aandacht wekken van de Telegraaf en van de Volkskrant en daarmee ook 15-seconds-of-fame, maar ook een enkeltje zijn naar uitsluiting uit het vakgebied als men doorkrijgt dat de uitspraken op lucht en waanbeelden zijn gebaseerd.

Is dat erg? Of is dat onderdeel van het zelfreinigend vermogen van het publieke debat?

De meeste mensen uiten hun opvatting dan ook niet al te stellig. Maken gebruik van hun sociale antennes als ze doorhebben dat een opvatting kwetsend kan zijn. Die angst beschermt ons tegen flaters, maar beperkt ons ook in het verspreiden van goede ideeën.

Seth Godin beschouwt die angst als een belangrijke reden waarom er relatief weinig mensen zijn die het lef hebben om opmerkelijke verhalen de wereld in te brengen. We durven het niet. We zijn bang voor afwijzing, reputatieschade en om wellicht zelfs uitgelachen te worden.

Het publieke debat heeft mijns inziens geen behoefte aan meer genuanceerde en gematigde meningen, maar aan scherpe, prikkelende provocaties geuit door mensen die hun opvatting baseren op gedegen kennis en onderzoek. Het ene sluit het andere namelijk niet uit.

De werkelijke behoefte is dus de vraag naar meer mensen die begrijpen bijdragen niet alleen inhoudelijk maar voornamelijk spannend en prikkelend moeten zijn. Helaas leren wij juist op universiteiten en hogescholen dat opvattingen zo genuanceerd mogelijk de wereld in gebracht moeten worden!

Wat als wij over onze angsten heen zouden durven leren stappen? Dat we na lang nadenken toch nog eens iets geks durven zeggen.

Ik zou daarom willen pleiten voor minder nuance dan meer. Wanneer we tot goed onderbouwde conclusies komen, is het de truc om vervolgens de kern van die bevindingen op prikkelende en stellige wijze met elkaar te delen.

Politici geven het goede voorbeeld juist door het ‘verkeerde’ te doen

In de politiek hoef je niet lang te zoeken om voorbeelden te vinden van politici die met boude uitspraken alle aandacht op weten te eisen. Politici die in plaats van dikke verkiezingsprogramma’s aan komen zetten met al hun standpunten op 1 A4’tje. Standpunten die zo schokkend zijn dat zelfs de Amerikaanse media er aandacht aan willen besteden.

Schandalig! Het niveau daalt! Dit land is gedoemd! Maar is dat ook niet stiekem een klein beetje briljant?

Dat laatste is lastig toe te geven als je het fundamenteel oneens bent met wat die politici de wereld in weten te slingeren en je wellicht zelfs van mening bent dat hun bijdrages een groot maatschappelijk gevaar behelzen. Daarom is het des te belangrijker om zelf met een aansprekend tegen verhaal aan te komen. Als je het alleen moet hebben van de nuance en onderbouwing, is dat verhaal wel goed maar simpelweg niet opmerkelijk genoeg.

Geef een reactie

Your email address will not be published.*
*
*