Klaas Dijkhoff is de discussie over de liberale uitgangspunten van de VVD gestart om een basis te leggen voor concrete standpunten in het verkiezingsprogramma. Het stuk beoogt nadrukkelijk niet een grote koerswijziging. De VVD blijft een liberale en rechtse partij. De vraag die centraal staat is hoe wij ervoor zorgen dat we weer het gevoel hebben dat onze kinderen en kleinkinderen in een nog fijner Nederland leven en het beter kunnen hebben dan wijzelf. Klaas stelt voor om te kiezen voor de middenklasse en pragmatisme en te waken voor liberale dogma’s.

Wat direct opvalt is dat Dijkhoff in het discussiestuk “sociale rechtvaardigheid” als leidend principe heeft vervangen ten behoeve van “wederkerigheid’. Op Twitter geeft Klaas aan dat hij “sociale rechtvaardigheid te veel als een liberaal duizendoekendingetje zag” en “vraag aan 50 liberalen wat het betekent en je hebt 10 verschillende definities”. Klaas heeft met wederkerigheid een bewuste invulling aan dit abstracte begrip willen geven.

Ik denk dat Klaas hiermee een essentiële stap heeft gezet. In deze blog ga ik in op de paradox waarom “sociale rechtvaardigheid” als leidend principe belangrijker is dan ooit en waarom tegelijkertijd waarom het belangrijk is om een duidelijke invulling aan te geven.

Wij leven nu in een Gouden Eeuw

“Onze manier van leven is superieur. Hier word je het gelukkigst” stelde de Vlaamse filosoof Maarten Boudry vorig jaar in een interview met de Trouw. Hij vervolgt door de stellen dat de belangrijkste gelukmakers van de menselijke soort niet relatief zijn, maar absoluut, en we hebben er veel meer van dan vroeger: vrijheid, vertrouwen, sociale relaties en (natuurlijk) gezondheid. Niet voor niets pleit Boudry in zijn nieuwe boek “Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat” om vertrouwen te hebben in de vooruitgang.

In het Parool vroeg Marcel Levi zich af of de Amsterdammers in de zeventiende Eeuw zich er van bewust waren dat ze in de Gouden Eeuw leefden. Tegelijkertijd stelde hij de vraag of de Amsterdammers van nu realiseren dat hun stad een Gouden Eeuw doormaakt.

Ik onderschrijf de stellingnames van beide heren en durf gerust te stellen dat wij nu in een Gouden Eeuw leven qua welvaart, gezondheid en vrijheid maar dat wij het ons niet altijd realiseren. Tegelijkertijd worden wij er elke dag mee geconfronteerd dat de wereld om ons heen sneller verandert dan wij wellicht aankunnen. Globalisering, klimaatproblematiek en veranderende technologie hebben een grote impact op onze manier van leven. Om te kunnen vertrouwen op vooruitgang is ook weerbaarheid nodig: wij moeten om kunnen gaan met verandering, conflict en tegenslag die onlosmakelijk horen bij een wereld die op drift raakt.

Bedrijven en samenlevingen die (ongemerkt) geestelijk te lang in hun gouden jaren blijven hangen wacht weinig goeds. Terwijl de wereld overgestapt is naar digitale fotografie probeert men nog steeds filmrolletjes te verkopen. De valkuil van te veel conservatisme: in plaats van alleen te willen behouden wat goed is, krampachtig vasthouden aan een manier van doen die niet meer bij de tijd hoort.

De uitdaging

Onze belangrijkste uitdaging is om te waarborgen dat onze vrijheid, welvaart en gezondheid behouden blijft. De veranderingen vereisen dat wij maatregelen nemen om te garanderen dat wij over dertig jaar nog steeds in vrijheid en welvaart leven. Die maatregelen kosten geld en zullen gezien de problematiek waar wij voor staan ook collectieve actie en overheidsingrijpen vereisen.

Voor liberalen is dat geen aanlokkelijk vooruitzicht. Momenteel tekent zich rondom ‘de klimaatplannen’ al het nodige onbehagen af. Is het daadwerkelijk noodzakelijk dat er zulke ferme ingrepen gedaan worden? Wie bepaalt en wie betaalt dat?

Maatschappelijk onbehagen komt niet uit de lucht vallen. Het kent een grondslag. Mensen betalen bijvoorbeeld mee aan een systeem zonder dat zij vertrouwen dat dit systeem voor hen werkt. Of dat zij zeggenschap hebben gehad binnen dit systeem. Of dat het systeem leidt tot een gerechtvaardigde verdeling. Bijvoorbeeld doordat zij die het minst profiteren het meest moeten betalen. En hoe minder verantwoordelijkheid je neemt, hoe minder je belast wordt.

De verdeling van de kosten

Klaas is zich er goed van bewust dat in de toekomst er maatregelen nodig zijn ten behoeve van de hele samenleving die eveneens betaald moeten worden door de hele samenleving. Hij zegt het volgende erover:

  1. “Als we kosten maken ten gunste van de hele samenleving kijken we goed wie wat kan betalen. Welke verdeling goed is, hangt mede af van de omstandigheden: wie heeft er meer voordeel van een maatregel? Hoe zijn de andere al bestaande kosten verdeeld? Wat zijn de neveneffecten van een bepaalde verdeling? Kunnen we de mensen die het betalen garanderen dat het eerlijk is? Dat de voorziening alleen gegeven wordt aan wie het echt nodig heeft? Staat er op dat moment in tijd een bepaalde (inkomens)groep meer onder druk dan andere?”

Natuurlijk kunnen wij per maatregel kijken naar wat er op dat moment eerlijk is. Dit vereist dat de overheid elke keer moet uitleggen waarom de rekening voor een specifieke voorziening of regeling op dat gegeven moment bij een bepaalde groep gelegd wordt.

Deze vorm van pragmatisme werkt alleen bij een rotsvast vertrouwen dat elk individu op termijn zijn verantwoordelijk neemt. Daar schuilt een belangrijk risico in: waar is dat vertrouwen op gebaseerd?

Het principe van wederkerigheid zoals Klaas dit heeft geformuleerd komt hierbij om de hoek kijken:

  1. “Wederkerigheid is het principe dat leidend moet zijn als verantwoordelijkheid niet vanzelf genomen wordt. Het is geen transactioneel principe waaruit voortvloeit dat je altijd direct iets moet doen, om iets te krijgen. Het is juist een sterk relationeel principe waarin het ongeschreven sociaal contract, de voorwaarden van lidmaatschap van onze samenleving, vorm krijgt. Het is de notie te beseffen dat niets zomaar vanzelf gaat.”

Hier is een van de meest duurzame en invloedrijke benaderingen van sociale rechtvaardigheid in terug te vinden. Waarbij redelijke mensen op basis van wederkerig voordeel zich aaneensluiten en zich laten besturen door de overheid. Een benadering die door invloedrijke politiek-filosofen als Rawls en Nussbaum de afgelopen decennia diepgaand is uitgewerkt.

Zonder verder al te filosofisch te worden wil ik een paar praktische vragen stellen. Kan je verlangen van mensen dat zij altijd beseffen dat niets zomaar vanzelf gaat ook als zoveel goeds zo vanzelfsprekend aanvoelt? Kan je als overheid garanderen dat alle maatregelen eerlijk verdeeld worden en dat voorzieningen alleen gegeven worden aan wie het echt nodig heeft?

Hoogst onwaarschijnlijk. Een criticus zal weinig moeite hoeven doen om een concreet voorbeeld te vinden dat het systeem niet voor iedereen op elk moment werkt. Een onbetrouwbare overheid ondermijnt het gevoel van wederkerigheid. Het onbehagen erkennen is de eerste stap om het op te lossen. Gevoelens van onbehagen zijn altijd subjectief. Zelfs als er door de overheid formeel correct gehandeld is, kunnen inwoners het gevoel hebben dat hen door de overheid of door de samenleving groot en ernstig onrecht is aangedaan.

Om onze welvaart te behouden zullen impopulaire maatregelen genomen moeten worden en mensen zullen het gevoel hebben dat hun onrecht aangedaan is of wordt. Door te hameren op de liberale invulling van wat rechtvaardig is, kunnen deze maatregelen gesteund en verdedigd worden zonder dat er garanties en beloftes afgegeven hoeven te worden die onmogelijk zijn om na te komen. Een politieke partij die standpunten niet kan rechtvaardigen, loopt te stuntelen.

Conclusie                                                                                                                                            

Ik zou willen voorstellen om de aandacht niet bij de concrete standpunten zelf te leggen, maar de liberale invulling van sociale rechtvaardigheid de boventoon te laten voeren. De discussie moet dan niet gaan over welke concrete standpunten wij wenselijk achten, maar wat wij gezien de veranderingen in de wereld als rechtvaardig beschouwen. Klaas heeft met zijn voorstel van wederkerigheid daarin een belangrijke stap gezet. Als dat het uitgangspunt wordt van het verhaal dan hoeven wij niet meer te waken voor dogma’s of nadrukkelijk te kiezen voor pragmatisme. De Nederlander weet dan te allen tijde wat deze kan verwachten.