Wat gebeurt er als het gemeentebestuur bewoners inspraak belooft en bewoners daar ook daadwerkelijk gebruik van maken?

Het verrassende antwoord is dat het dan chaos wordt. Er vindt overbelasting van de lokale democratie plaats. In Amsterdam zien wij dat veelvuldig gebeuren: als bewoners daadwerkelijk gaan inspreken, komt de raad niet meer aan vergaderen toe. Bij ingrijpende besluiten kan de hoeveelheid inbreng via inspraak & zienswijzen zelfs zo overweldigend zijn dat er ambtelijk te weinig menskracht aanwezig is om alles te verwerken.

De Rotterdamse filosoof Van Oenen noemt dat “democratische metaalmoeheid” en schreef er een boek over. Democratie gaat ten onder aan het eigen succes en de overspannen verwachtingen. Als je inspraak en een luisterend oor belooft, verwachtingen bewoners ook dat er geluisterd wordt.

De overbelaste raad

Niet alleen de lokale democratie is overbelast, ook de raadsleden zijn dat vaak. Raadsleden moeten hun drukke bestaan (werk en gezin) vaak combineren met een ambt dat gemiddeld 15,9 uur per week vraagt en relatief weinig betaalt. Dat is een grote uitdaging. De Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) stelt het volgende:

Volksvertegenwoordiging in het decentrale bestuur is lekenbestuur, vindt de ROB. En dat moet zo blijven. Een nevenfunctie die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Veel tijdsbeslag, een hoge werkbelasting of een te lage beloning mag het vervullen van het ambt niet in de weg zitten.

Daarom adviseert de Raad dat de werkzaamheden van decentrale volksvertegenwoordigers behapbaar moeten zijn met minder tijdsbesteding. Ook adviseert de Raad om minder tijd te besteden aan bestuurlijke activiteiten zoals vergaderen, stukken lezen en fractieberaad. Dat kan alleen als wordt geïnvesteerd in een goede toerusting (griffie, rekenkamer, fractieondersteuning, scholing). Goede democratie is die investering volgens de Raad meer dan waard.

De ROB legt de verantwoordelijk grotendeels neer bij de raadsleden zelf. Die willen als “leek” te veel dossiers tot zich nemen en zich op detailniveau bemoeien met beleidsvraagstukken. Raadsleden gedragen zich te veel als ‘Haagse politici” en te weinig als bewoners. In plaats daarvan zouden raadsleden taken moeten aan professionele ondersteuning en zich meer bezig houden met kaderstellen: het meegeven van voor hen belangrijke waarden aan het professionele deel van het gemeentebestuur.

“De raad wordt gezien als een legitimatiemachine die enkel een paar keer per maand toetst of het college op hoofdlijnen doet wat het beloofd had te zullen doen.”

Meerwaarde raad

Het roept een vrij fundamentele vraag op: wat is eigenlijk de voornaamste taak en meerwaarde van de volksvertegenwoordiging in de lokale democratie? De ROB benadrukt dan de legitimerende waarde van lekenbestuur met een beperkte rolopvatting. Lokale en regionale democratie verwerft volgens de ROB legitimiteit door politici die goed zijn aangesloten op wat er in de maatschappij leeft. Bij lekenbestuur horen afspraken over goede rolneming: volksvertegenwoordiging, kaderstelling, controle.

Met andere woorden: de raad wordt gezien als een legitimatiemachine die enkel een paar keer per maand toetst of het college op hoofdlijnen doet wat het beloofd had te zullen doen.

Waarom nemen zoveel raadsleden deze ‘goede raad’ dan niet over en beperken zij zich in hun rolopvatting? Het antwoord is eenvoudig: bewoners die zich politiek actief opstellen wensen zich zelden op te stellen als ‘legitimatiemachine’ voor het beleid dat gecreëerd wordt door stevig betaalde bestuurders. Politici worden vaak intrinsiek en vanuit idealen gedreven om zich – in hun vrije tijd – in te zetten voor de publieke zaak. Zij willen invloed uitoefenen op de leefomgeving op een manier die overeenstemming is waar zij in geloven. Details spelen daarbij vaak een essentiële rol. Het gaat er niet alleen om dat een gemeente “meer sportaccommodaties verwezenlijkt” als dat zo in het akkoord staat maar ook waar en welke groepen dan bediend worden.

Is dat raar? Niet echt. Het maakt nogal een verschil uit of er gekozen wordt voor een extra hockey- of voetbalveld. Een beetje bevlogen linksgeoriënteerde politicus ziet daar zelfs een heuse klassenstrijd in. Die strijd kan er hard aan toegaan en wordt vaak uitgevochten door elkaar te bezoeken met stapels dossiers en onderzoeken. Politici die zich goed ingelezen hebben, hebben binnen de politieke arena een voordeel.

Moet de raad een afspiegeling zijn?

Met moderne onderzoekstechnieken is het vrij goed te achterhalen wat de opvattingen en beleidsvoorkeuren zijn van bewoners ‘die met beide benen in de maatschappij staan’. Dankzij bestuurskundige analyses kan ook getoetst worden of professioneel beleid overeenkomt met die voorkeuren. Dit wordt al veelvuldig gedaan.

” Politici worden vaak intrinsiek en vanuit idealen gedreven om zich – in hun vrije tijd – in te zetten voor de publieke zaak. Zij willen invloed uitoefenen op de leefomgeving op een manier die overeenstemming is waar zij in geloven.”

Verkiezingen daarentegen gaan over uitgesproken politieke thema’s. Verschillende groepen bewoners met verschillende opvattingen over goed en fout, die ook verschillende belangen vertegenwoordigen. Het gaat om fundamentele vragen over wat men als wenselijk of als rechtvaardig beschouwt. Dat is het terrein van politici. Politiek geëngageerde bewoners die heel bewust hun schaarse tijd en energie investeren in het ontwikkelen en uitdragen van hun maatschappelijke opvattingen. Tijd en energie die zij erin investeren zodat anderen (hun achterban) dat niet hoeft te doen.

Dat hoeven geen fulltime politici te zijn. Maar ook parttime politici gedragen zich als politici en wensen ook als zodanig behandeld te worden.

De oplossing

De oplossing voor de hooggespannen verwachtingen en de overbelaste raad is vrij eenvoudig:

Accepteer dat ook als het gaat om de lokale democratie de politiek grotendeels gaat over politieke thema’s en dat het kunstmatig verweven van de participatieve, deliberatieve en representatieve democratie een recept voor teleurstelling en ellende is. Geen inspraak halfuurtjes maar professioneel opgezette participatietrajecten. Waarbij vooraf duidelijk is wat de status is van de inzichten die daarmee worden opgehaald.

Dat bespaart tijd en voorkomt teleurstellingen en onderling gedoe.

Verstevig de positie van de raad. Niet door raadsleden 50% van de tijd ‘de dialoog met de bewoners aan te laten gaan’ maar door ze de middelen te bieden om hun controlerende en regelgevende taak goed uit te voeren. Vertrouw erop dat de in Nederland aanwezige democratische infrastructuur (van politieke partijtjes en bewonersbijeenkomsten) sterk genoeg is om verkozen politici tot gedragen standpunten bepalingen te laten komen.

En last but not least: maak gebruik van onderzoek en uitgebreide dossierkennissen. Dat betekent lees- en studeerwerk, maar dat betaalt zich uit. Een goed onderlegde politicus weet waar hij over spreekt en kan de diepte ingaan. Het professioneel bestuur krijgt dan inhoudelijk tegengewicht.

Lukt dat in 15,9 uur per week? Dat verschilt per persoon. Wellicht hebben politieke partijen de verantwoordelijkheid om daar dan kritisch op te selecteren.